Doorzoek de collecties

U kunt hier zoeken in onze collecties archieven, boeken en tijdschriften en beeldmateriaal.
Meer informatie over:
- zoeken naar beeldmateriaal
- zoeken naar archieven
- zoeken naar boeken en tijdschriften

Uw zoekacties: Emmanuelshuizen te Zwolle
x0894 Emmanuelshuizen te Zwolle
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0894 Emmanuelshuizen te Zwolle
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
De Emmanuelshuizen danken hun ontstaan aan Anna van Haerst, dochter van Johan van Haersolte, lid van een aanzienlijke familie. Deze schijnt overigens niet normaal gehuwd geweest te zijn, want zowel Anna als haar broer Geurt waren onechte kinderen. Toch kon Anna in 1585 een goed huwelijk doen met dr. Emmanuel van Twenhuysen, eveneens van rijke afkomst. Uit dit huwelijk werd een zoon geboren, Zacharias genaamd. In die tijd was pest een veel voorkomende ziekte, reeds in 1581 was Anna's moeder hieraan bezweken, nu verloor zij ca. 1626 ook haar man en ca. 1632 haar enige zoon. Laatst genoemde was enige jaren tevoren (31 okt.1630) in het huwelijk getreden met Maria van Sonsbeeck en hun kinderen, zo zij die al gehad hebben, zijn ook vroegtijdig gestorven. Zo was Anna alleen achtergebleven. In 1638 besloot zij haar testament te maken, hetwelk zij op 15 mei van dat jaar met de stadssecretaris Joannes Holt als momber, aan het schependom ter hand stelde. Spoedig hierna, op 10 juli 1639 kwam zij te overlijden. Een maand later verschenen de executeurs van haar laatste wil, Joan van der Merssche en dr. Cornelis van Twenhuysen voor de schepenen om opening van het testament te verzoeken.
Hierin staat het volgende te lezen:
Na de gebruikelijke openingsformules worden onder breedvoerige bepalingen een aantal legaten in geld en grond vermaakt aan familieleden. Dan komt het bijzondere gedeelte. Testatrice benoemt tot haar universele erfgenamen, wat betreft de rest van haar vermogen (het grootste gedeelte), Johan van der Merssche en haar neef dr. Cornelis van Twenhuysen. Deze mogen hier evenwel niet zelf van genieten, maar moeten hun erfenis aanwenden tot de stichting van een tehuis voor "enige bedaechde ende eerbaere vrouwpersoenen", die daarin vrije kost en inwoning zullen krijgen en tevens op bepaalde hoogtijdagen extra uitdelingen zullen ontvangen in "torff, holt, bottergelt offte anders". Het aantal op te nemen vrouwen zal afhangen van de staat der nalatenschap en bij overlijden van één hunner, zullen de collatoren (regenten) telkens een nieuwe mogen opnemen. De voormelde twee erfgenamen zullen het eerst als collator optreden en wel in die zin, alsof zij volle eigenaars waren, zonder bemoeienis van iemand anders. Zij zullen zelf hun opvolgers benoemen, hetgeen in het stadsprotocol opgetekend moet worden, maar één van beide collatoren moet in infinitum tot de familie van testatrices man, Emmanuel van Twenhuysen, behoren of bij uitsterven daarvan tot een aanverwant geslacht. Voorts zijn zij verplicht jaarlijks rekening en verantwoording af te leggen over het gevoerde beheer voor de twee oudste cameraars (financiële bestuurders) van Zwolle. Als vergoeding van de door hen te nemen moeite zullen zij beiden een legaat van 100 dalers ontvangen, maar verder mogen ze dan ook niets tot eigen gebruik aanwenden.
Wat kan Anna van Haerst bewogen hebben tot het opstellen van een dergelijke laatste wil? Zij had geen echtgenoot, noch nakomelingen meer om haar vermogen aan na te laten. Ze had alles aan haar familie kunnen schenken, maar deze werd afgescheept met enkele legaten. Anna was inmiddels op hoge leeftijd gekomen en voelde zich misschien eenzaam, mogelijk dat zij vandaar de behoefte gevoelde iets te doen voor anderen, die in dezelfde positie verkeerden en bovendien nog arm waren ook. In elk geval toonde zij zich, wat wij zouden noemen, zeer sociaalvoelend.
In voornoemd testament komen nog enkele opvallende dingen naar voren, o.a. de autonomie van het te stichten tehuis, dat kennelijk geheel los moest staan van de parochie. Vermeld moet nog worden, dat testatrice en haar echtgenoot van R.K. godsdienst waren. Dit zal ook wel de reden zijn, dat hoewel dit niet uitdrukkelijk wordt voorgeschreven, uitsluitend R.K. vrouwen in het tehuis werden opgenomen. Reden van één en ander is waarschijnlijk het feit, dat de uitoefening van de R.K. Godsdienst in die tijd niet toegestaan was. Daarom werd het veiliger geacht in het testament elke aanduiding in die richting te vermijden. Een ander punt is nog, dat de beide universele erfgenamen er voor hunzelf maar bekaaid van af komen, maar testatrice zal hoogstwaarschijnlijk al wel van te voren een en ander met hen besproken hebben. In elk geval kweten zij zich getrouw van de hun opgelegde taak. Nadat zij door de schepenbank als rechtmatige collatoren erkend waren, werd door hen een inventaris opgemaakt van de nalatenschap, die bestond uit enkele huizen en stukken land en een aantal obligaties, rentebrieven e.d., tezamen een kapitaal vertegenwoordigend van 19.028 gulden. Hier moet nog verteld worden, dat Anna reeds zelf met de uitvoering van haar eigen testament een aanvang had gemaakt. Op 1 febr. 1638 had zijn van Wilhelmina van Voorst, weduwe van Bernhart ter Borch, drie huizen gekocht, gelegen in de "Praauwstraete ende Goldstege" voor 2.000 g. gl. of 2.800 Car. gl. Slechts één van deze panden werd door de collatoren tot woning voor de vrouwen ingericht, aangezien zij meenden niet meer dan 9 vrouwen te kunnen opnemen.
Dit is ook niet verwonderlijk, want van het fundatiekapitaal bleef na aftrek van allerlei lasten en uitbetaling van de legaten niet meer dan f 13.500 over.
Nadat aldus een overzicht van de financiële situatie was verkregen, kon tot de stichting en ingebruikneming worden overgegaan. Hoewel hiervan niets officieel bekend is, mogen wij aannemen, dat dit nog in hetzelfde jaar 1639 plaatsgevonden heeft. Er waren zoals vermeld 9 vrouwen opgenomen. Deze kregen, overeenkomstig de wens van de testatrice, jaarlijks op de vier hoogtijdagen (Pasen, Pinksteren, Maria Hemelvaart en Kerstmis), alsmede op de sterfdata van fundatrice, haar man en haar zoon een extra uitkering in natura of geld. Later, in 1809, werd deze lijst nog belangrijk uitgebreid. Het financiële beheer werd door de collatoren opgedragen aan een door hen benoemde rentmeester. De eerste hiervan was mr. Eylart Bosch, die reeds in 1639 zijn werkzaamheden begon. Deze rentmeester legde sinds 1663, in tegenwoordigheid van de collatoren, elk jaar rekening en verantwoording af voor twee cameraars, zoals door Anna van Haerst was voorgeschreven. Vóór 1663 gebeurde dit over een aantal jaren tegelijk. Onduidelijk is, hoe het sinds 1712 in zijn werk gegaan is. Van cameraars wordt dan niet meer gerept. Het zijn dan de collatoren, die de rekening van hun rentmeester controleren en goedkeuren.
De stichting verkreeg haar inkomsten uit de opbrengsten van verhuur en verpachting van enkele behuizingen en landerijen, alsmede uit de renten van uitgegeven obligaties. Bovendien werd haar zo nu en dan een legaat toegewezen, vooral van leden van de familie van Twenhuysen, later ook van andere R.K. vermogenden. Belangrijk in dit opzicht was het overlijden van Zacharias van Haerst, een achterneef van de fundatrice. Zijn dood, zonder nakomelingen, bracht overeenkomstig de bepalingen van het testament, de stichting een kapitaal op van f 1.140 en twee morgen land in Assendorp. Het fondskapitaal bereikte in 1670 dan ook een recordhoogte van f 17.600. Toch was dit alles niet genoeg voor een rijk bestaan. Het kapitaal ging geleidelijk weer omlaag en toen het armenhuis getroffen werd door een zwaar bankroet van enkele voorname families, waarbij het voor enkele duizenden gulden betrokken was, werd in 1713 een dieptepunt van f 9.650 bereikt. Gedurende bijna de gehele 18e eeuw bleef het fonds vervolgens ongeveer stationair rond de f 11.000 schommelen, maar in 1797 kwam daarin radikaal verandering. De rijke Derkjen Jans, die al eerder een liefdegift van f 650 geschonken had, kwam toen te overlijden, hetgeen de stichting 5 akkers en een som van f 3.360 rijker maakte. Zo bedroeg het kapitaal in 1800 f 18.400. Sindsdien ging het met sprongen vooruit, zelfs in de Franse tijd werd enige winst geboekt. In 1850 zat er f 31.976 in kas en in 1901 f 69.820.
Gaan wij thans, na met dit financiële overzicht enigszins vooruitgelopen te zijn, over op een ander onderwerp, nl. het leven in de Emmanuelshuizen zelf. Helaas zijn hierover bijzonder weinig gegevens beschikbaar. Het enige document, waaruit iets af te leiden valt, is een reglement voor de vrouwen, opgesteld in 1680 en bestaande uit 19 artikelen. De eerste drie hiervan handelen over de financiële verplichtingen van de bewoonsters - later in 1868 werden deze strenge bepalingen verzacht, de overige stellen gedragsnormen vast met strafbepalingen bij het niet nakomen daarvan. Zo lezen wij o.a., dat de dames niemand te logeren mogen vragen, zelf de straat schoon moeten houden (op hun leeftijd) en om 9 uur 's avonds ('s winters om 8 uur) binnen moeten wezen. Opvallend is de bepaling, dat zij zich niet mogen bezig houden met het lesgeven in naaien en breien. Wie daarop voor de derde maal betrapt wordt, wordt het huis uitgezet. Verder zijn de dames verplicht om eventuele overtredingen, die zij bij anderen constateren, dadelijk aan de collatoren of de rentmeester over te brieven. Indien dit laatste voorschrift inderdaad is opgevolgd, zal dat de sfeer binnen het huis bepaald niet ten goede zijn gekomen. In het 19e en laatste artikel vinden wij tenslotte de reden van het in leven roepen van een reglement, hetgeen tot dusver kennelijk niet nodig was geoordeeld. Hierin wordt nl. gesproken over dronkenschap en diefstal, waaraan de "eerbaere" dames zich schuldig gemaakt hadden, een feit, dat de heren collatoren met het grootste misnoegen had vervuld. Uit het reglement blijkt tenslotte nog, dat de rentmeester merkwaardig genoeg, naast zijn financiële verplichtingen, belast is met het onmiddellijke toezicht op de dagelijkse gang van zaken in het tehuis. De collatoren zelf houden zich meer op de achtergrond, doen niet het werkelijke werk, maar oefenen alleen een soort van oppertoezicht uit, zoals ook gebruikelijk is bij dergelijke lieden.
In aansluiting hierop zij nog vermeld, dat het aantal collatoren niet altijd twee geweest is, er zijn ook perioden geweest, dat drie collatoren tegelijk het bewind voerden of dat er maar één regent was, zelfs heeft een keer een dame dit ambt vervuld. In latere tijd kwam het tenslotte nog voor, dat één van de collatoren tevens rentmeester was.
Betreffende de verdere geschiedenis van de Emmanuelshuizen valt nog op te merken, dat de in de 19e eeuw steeds gunstiger wordende financiële situatie het collatoren mogelijk maakte tot uitbreiding over te gaan. In 1882 werd daartoe van de heer J.A.G. van Ittersum een belendend pand aangekocht voor de som van f 8.252. Het aantal opgenomen vrouwen steeg nu tot 23, terwijl tevens de uitdelingen verhoogd werden.
Een zeer belangrijke organisatorische wijziging vond plaats in 1901. Den 7en juni van dat jaar werd de stichting onder beheer gesteld van de Onze Lieve Vrouwe parochie, waarmee haar door de fundatrice gewenste autonomie een einde nam. Het bestuur werd in 1901 samengesteld uit de pastoor als voorzitter, de twee voormalige collatoren, van wie één secretaris-thesaurier werd en de rentmeester. Hierna zouden de Emmanuelshuizen niet lang meer bestaan. In 1964 werd het gebouw aan de gemeente verkocht. Het pand werd, in het kader van de moderne bejaardenzorg, niet meer voor zijn doel geschikt geacht. De bewoonsters waren geleidelijk al naar andere behuizingen overgebracht. De Stichting Emmanuelshuizen houdt zich nu enkel nog bezig met het beheren van het kapitaal. In het pand aan de Praubstraat is nu een stichting voor hulp aan kunstenaars gevestigd. Als men thans door de sombere Praubstraat wandelt, ziet men op nr. 23 het onopvallende gebouw, waar nog steeds boven de deur het opschrift "Emmanuelshuizen" prijkt.
In 1959 werden de inboedel en alle papieren, de Emmanuelshuizen toebehorende, welke tot dusver altijd in het gebouw aan de Praubstraat waren bewaard, aan het Provinciaal Overijssels Museum in bewaring gegeven. Aangezien de archiefstukken en de manuscripten hier uiteraard niet tot hun recht kwamen, werden deze in 1972 aan de Gemeentelijke Archiefdienst van Zwolle overgedragen. Het meubilair en de schilderijen bleven in het museum. Hierbij is ook een portret van de fundatrice, Anna van Haerst, dat in kamer 10 te bewonderen valt.
De papieren bij de Gemeentelijke Archiefdienst berustende, kunnen onderverdeeld worden in bibliotheek- en archiefbescheiden. Er zij op gewezen, dat deze alle eigendom zijn van de Stichting Emmanuelshuizen. Wat betreft de archivalia, deze behoren slechts voor een gedeelte tot het archief van de Emmanuelshuizen zelf. Voorts zijn er een groot aantal laat-middeleeuwse charters, vooral van kloosters en kerken, gemeentelijke stukken en stukken betreffende de familie van Twenhuysen. De reden hiervan is enerzijds gelegen in het feit, dat na de Reformatie de in de kloosters en R.K. kerken aanwezige archivalia daar niet langer veilig geacht werden. Zij werden daarom naar een onopvallende en weinig bekende plaats overgebracht, zijnde de Emmanuelshuizen. Anderzijds is de verzamelneiging van sommige leden van de familie van Twenhuysen debat aan deze gang van zaken, vooral ene Emmanuel van Twenhuysen (niet de man van Anna van Haerst), die in de tweede helft van 17e eeuw schout en burgemeester was van Zwolle, is in dat opzicht bekend geworden.
Van de rijke chartercollectie bleken slechts exemplaren, waaronder het testament, dat als stichtingsakte beschouwd kan worden, betrekking te hebben op de Emmanuelshuizen zelf. Van deze collectie bestaat een catalogus uit 1919 van de hand van G.A. Meyer, die ook een artikel heeft geschreven, getiteld "de Emmanuelshuizen te Zwolle", verschenen in "Verslagen en mededeelingen Overijsselsch Regt en Geschiedenis", 35e stuk, 1918, blz. 13-30. Wat betreft de overige archivalia, moesten de bescheiden, behorende tot het archief van de Emmanuelshuizen, gescheiden worden van die, behorende tot andere archieven. Eerstgenoemd archief bleek vrij bescheiden van omvang. Het bestaat voornamelijk uit financiële bescheiden. Hierbij kwam dan nog het archiefje van Twenhuisen's Armenhuis, een vroegere benaming van de Emmanuelshuizen, dat tot dusver ten onrechte voor een zelfstandig archief was gehouden en nog enkele dozen kwitanties.
Achtereenvolgens werden nu de delen, de losse stukken en de kwitanties beschreven. Het handhaven van de oude orde leverde geen moeilijkheden op. Ook werden nog regesten gemaakt van de weinige charters.
Aangenomen mag worden, dat een niet onaanzienlijk aantal bescheiden verloren is gegaan, waaronder het origineel van het reglement van 1680, Voorts ontbreekt minstens één kasboek, een groot aantal kwitanties en diverse andere financiële stukken, vermoedelijk ook stukken van persoonlijke aard. Correspondentie is in het geheel niet aanwezig.
Als afsluitingsdatum werd 1901 aangehouden, het jaar waarin, zoals vermeld, een belangrijke organisatorische wijziging plaatsvond. Het archief van deze eeuw berust grotendeels nog niet bij de Gemeentelijke Archiefdienst.
Testament van Anna van Haerst
sluiten
0894 Emmanuelshuizen te Zwolle
Inleiding
Testament van Anna van Haerst
Ick, Anna van Haerst, weduwe van zalige Emmanuel van Twenhuysen, anmerckende die onseeckerheyt des menschelijcken levents ende datter niet seeckerder en is dan die doot ende niet onseeckerder dan die uyre desselfs, hebbe, uyt sulcke consideratie beweecht sijnde, goet gevonden, ten overstaen van die E. Joannes Holt, secretaris, mijnen tot deser saecken vercoeren ende met rechte toegelaeten mombaer, mijn uytterste dispositie te maecken in manieren als volgt:
Eerstelijck bevele ick mijn ziele, wanneer dieselve uytten lichaeme verscheyden sal, Godt van Hemelrijcke ende begere, dat mijn doode lichaem eerlijck ende Christelijcke ter aerden bestelt sal worden.
Comende hyrmede totte uytterste dispostie over mijne tijtlijcke goederen, mij bij Godt Almachtich verleent, soo is t, dat ick voor eerst geve ende legatere aen die huysarmen deser stadt Swoll, die somma van hondert carol. gul. eens ende aen die drie kinderen van zal. Joan Hunega, geprocreert bij joffer Anna van Haersolte, elck hondert golt gl. eens, ad achtentwintich stuyvers 't stuck gereeckent, mits conditie, dat bij aldien ene offte enige derselver vóór mij testatrice offte oock nae mijn overlijden, sonder wettige lijven geboorte nae te laeten, mochte offte mochten comen te sterven, het voors. gelegateerde sonder enige cortinge van het ene kindt op het andere sal erven ende versterven der laester doot toe, ende in cas de laeste van gelijcken sonder kinderen mochte coemen te sterven, sollen die voors. geconsolideerde legaten devolveren ende vererven op soodanige stifftinge, waervan hierbeneden breder sal worden gementioneert.
Voorts geve ende legatere ick, testatrice, aen Maria van Haersolte, tegenwoordigh weduwe van wijlen joncker Joan Doys, gewesene schultis toe Dalffsen, hondert gol. gul. eens, ten prijse als boven, diewelcke bij desselffs affstervent sollen erven ende comen opte voors. kinderen van zal. Joan Hunega, ten tijde van mijnes testatricen overlijden in leven sijnde, op conditie ende onder verbant als hiervoorents is verhaelt.
Wijders legatere ick, testatrice voors., aen Hille van Haerst ende bij desselffs affstervent vóór mij testatrice, aen die samptelijcke kinderen van Geurt van Haerst, tweehondert golt gl. eens, gereeckent als vooren; aen die kinderen van wijlen Helmich van Twenhuysen, gewesene broeder van mijn zal. eheman Emmanuel van Twenhuysen, die somma van duysent gol. gul. eens, ad achtendetwinch stuyvers 't stuck, t'ontfangen van diecooppenn. soo van mijn huys in die Sassenstraete noch onbetaelt staen ende bij aldien dieselve penn. bij mijn levent mochten affgelosset worden, sal niettemin het voors. legaet van duysent gol. gul. betaelt ende uytgekeert worden uytte gereetste goederen bij mij nae te laeten.
Eyndelijck geve ende legatere ick, testatrice, aen die kinderen van nichte Jenneken Cornelyssen, bij wijlen haren eheman Peter Symonsen Parriaen in echte geprocreert, die somma van duysent golt. gul. eens, gereeckent ten prijse als voeren, waervan nichte Jenneken voors. albereets seshondert golt gl. ontfangen heeft, vermoege handtschrifft in dato den negenendetwintichsten septembris anno sestienhondert vierendedertich ende solle die overige vierhondert golt gl. ontvangen worden mede van die cooppenn. van mijn huys in die Sassenstraete offte bij afflosse derselve uytgekeert uyt mijne gereetste goederen als boven, mits dat de moeder haer levent lanck daer aen hebben ende beholden sal de tucht.
Wijders praelegatere offte geve vooruyt aen Zacharias van Haerst, soone van mijn neve Geurt van Haerst, seshondert gol. gul ad achtendetwintich stuyvers 't stuck gereeckent, t'ontfangen van de voors. couppenn. van 't huys offte bij afflosse derselver uyt mijne gereetste goederen als boven, met noch een obligatie van driehondert carol. gl., staende op ende tot laste van joncker Berent van Ittersum toe Gerner.
Ende instituere volgents tot mijne erffgenaem offte erffgenaemen, in seeckere mathe landes, groot omtrent twee margen, achter het H. Cruys gelegen, de voors. Zacharias van Haerst ende voorts alle soodanige kinderen, als mijn neve Geurt van Haerst in echte noch wijders mochte coemen te procreeren ende te verwerven, sonder dat nochtans dieselve kindt offte kinderen eets meer van mijne naelatenschap sal offte sollten hebben te profiteren offte falcidiam, daervan ick testatrice onderrecht bin geweest, sal offte sollen moegen corten offte enich ander rechtsbeneficie tot meerder, als boven is verhaelt, in enigerley manieren hebben te genieten ende bij soo veern, in cas van procreatie van meerdere kinderen, ene offte enige van deselve voor mij testatrice offte oock nae mijn overlijden, sonder lijves erven nae te laeten, mochte offte mochten coemen afflijvich te worden, in sulcken cas is mijn uytterste wille, dattes selffs offte derselver anpart offte anparten aen de voors. maete landes sall offte sollen erven ende devolveren van het eene kindt op het ander, ter laester doot toe, sonder enige cortinge, ende hetselve allmede soo stervende, opte stifftinge, in 't geheel als boven ten regarde van Hunegae's kinderen is verhaelt.
Wie dan oock het voors. praelegaet van seshondert gol. gul ende driehondert carol. gul., bij affstervent als vooren van Zacharias van Haerst sonder kinderen, sollen coemen op sijn halve broeder offte broeders ende suster offte susters, soo hij ene offte enige soodanige toecompstich, als voors., mochte crijgen ende deselve offte selvige alsmede soo stervende, de voors. seshondert gol. gl. ende driehondert carol. gul. alsmede comen ende devolveren op die naebenoembde stifftinge, in 't geheel als voors., mits expresse conditie nochtans, datte vader, Geurt van Haerst, soolange hij leeft, die blaederen offte die opcompsten van die voors. maete landes ende van die gemelte seshondert gol. gul ende driehondert carol. gul. sal hebben en de beholden, sijn leven lanck, als oock van die tweehondert gol. gl. hyrvorens aen sijn moeder Hille van Haerst gelegateert, in cas dieselve met sijnes voors. moeders eerder afflijvicheyt op sijne kinderen quamen te vervallen ende anders niet.
Edoch, bij aldien Zacharias van Haerst tot sijn jaeren coemende, de voors. seshondert gol. gl. ende driehondert carol. gl. tot leringe ende anders mochte van doen hebben, soo sollen die opcompsten van die voors. capitalen niet meerder bij de vaeder, maer bij de soone Zacharias selffs getrocken ende geprofiteert worden.
Eyndelijck instituere ick, testatrice, in alle mijne andere goederen, hyrvoorens niet vermaeckt offte bij mijn leven (als het landt in Mastenbroeck) niet vergeven, van wat natuyre offte conditie offte waer ter plaetse dieselve ten tijde van mijn overlijden sollen sijn offte moegen bevonden worden, tot mijn universele erffgenaemen, die ed. joncker Johan van der Merssche ende mijn neve Cornelys van Twenhuysen dr., beyde tesaemen, offte bij affstervent van eene van beyden voor mij, testatrice, de langstlevende van beyden, omme die voors. mijn gehele nalatenschap datelijck nae mijn doode t'anveerden ende dieselve, als ick versocht hebbe, te imployeren tot ancoepinge ende fundatie van seeckere behuysingen ende gemacken, bij aldien ende voor soovele sulcks bij mij selffs niet en mochte wesen geschiet; daerinne enige bedaechde ende eerbaere vrouwpersoenen, geduirende die tijt heures levents, bequaemelijck verblijff ende woninge connen ende moegen hebben, diewelcke daerenboeven aen torff, holt, bottergelt offte anders, opte vier hoochtijden ende andere tijden des jaers ende met naemen op alle jaergetijden van mijnes testatrices, als oock van mijnes zal. ehemans ende soons overlijden, sal toegelecht woden als die voors. joncker Joan van der Mersche ende Cornelys van Twenhuysen nae heur discretie solden oordelen ende verstaen, dat die staet ende gelegenheyt van mijn naelatenschap sal connen offte moegen lijden.
Ende sollen die voors. joncker Joan van der Merssche ende Cornelys van Twenhuysen vermoegen, bij versterff van soodanige oude vrouwpersonen als in sulcke voors. behuysingen bij hun sollen angenoemen worden, tot heur believen telckens wederomme anderen moegen stellen, sonder insaege van iemant ter werelt, niet anders alsoff sij volle eygenaers waeren ende gelijck andere collatoeren vermoegen te doen, ende sollen beyde tesamen, offt bij affstervent van eene van beyden sal die lanxstlevende macht hebben, nae heur doode, twee andere te stellen ende te noemen, diewelkce heur plaetse sollen vertreden; als oock de langstlevende, bij haestiger affstervent van ene van beyden, vermoegen ende geholden wesen, binnen eenen discreten tijt, enen tweden met gelijcke macht te assumeren, mits dat sulcks alles in des stadtsprothocol sal worden geteickent; ende sall offte sollen dieselve sampt offte in 't besonder als voors., voorts vermoegen een andere offte anderen te assumeren ende te substitueren, dewelcke soo vervolgents altijt ende in infinitum, daervan ick testatrice onderrecht bin, sal offte sollen connen ende moegen doen ende t'saemen offte elck in 't besonder gelijcke macht hebben, als ick mijne voors. eerste genoemde collatoeren, joncker Johan van der Merssche ende Cornelis van Twenhuysen dr., ende in sulcker qualiteyt universele erffgenaemen, t' saemen off elck in 't besonder bij desen hebbe gegeven gehadt; mits conditie, dat altoes ene van die voors. collatoren sal wesen van die kinderen offte kindtskinderen in infinitum, daervan ick bericht bin, van mijn zal. ehemans broeder, Helmich van Twenhuysen, ende de naeme hebbende ende voerende van Twenhuysen ende bij gebreecke, nochtans van den bloede ende geslachte; ende dat dieselve successivelijck geholden sollen wesen, alle jaer eens, reeckenschap van heuren ontfanck ende uytgaeve voor twee die olste cameners deser stadt Swoll te doen.
Ende alsso het oprichten van bequaeme behuysingen ende alles in goede ordre te brengen, niet sonder groote moeyte sal connen geschieden, soo is 't, dat ick die ed. joncker Joan van der Merssche ende Cornelys van Twenhuysen tot een recognitie geve ende legatere elck, hondert dal. eens ad dertich stuyvers 't stuck gereeckent, sonder dat sij eets meer tot heur particulier verdoen ende profijt van mijne voors. heur beyden vertroude nalatenschap sollen hebben te profyteren, maer sollen alles imployeren als voors.
All hetwelcke voors., verclaere ick, testatrice, alsoo te wesen mijn uytterste wille ende begere, datte selve sal effect sorteren, 't sij als testament codicil, legaet, donatio causa mortis offte eenichsints anders, alsoo dieselve best sal connen offte moegen effect sorteren.
Sonder arch off list, in kennisse der waerheyt hebbe ick, testatrice voors., begeert ende versoecht mijnen voors. mombaer, alsoo ick niet schrijven en kan, desen uyt mijnen naeme te willen onderteeckenen ende met sijn pitsier te willen sluyten.
Joannes Holt, als momber ende ten versoecke van de voors. testatrice Anna van Haerst.
Lijst van collatoren
Lijst van rentmeesters
Financieel overzicht betreffend het stichtingskapitaal
Inventaris
Algemeen
Personen
Financieel beheer
Ongeïnventariseerd
Regestenlijst
Kenmerken
Datering:
1638 - 1901, 20e eeuw
Omvang archiefblok:
3,36 m
Toegang:
Nijkamp, G.P., Inventaris van het archief van de Emmanuelshuizen te Zwolle
Opmerkingen:
Zie ook de website www.emmauelshuizen.nl
Plaats en jaar van uitgave:
(1974)
Bijzonderheden:
Het deel na 1901 is ongeïnventariseerd
Openbaarheid:
Het archief is openbaar
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS