Doorzoek de collecties

U kunt hier zoeken in onze collecties archieven, boeken en tijdschriften en beeldmateriaal.
Meer informatie over:
- zoeken naar beeldmateriaal
- zoeken naar archieven
- zoeken naar boeken en tijdschriften

Uw zoekacties: Gemeente Dalfsen, gemeentebestuur
x0624 Gemeente Dalfsen, gemeentebestuur
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

0624 Gemeente Dalfsen, gemeentebestuur
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1. Geschiedenis
sluiten
0624 Gemeente Dalfsen, gemeentebestuur
Inleiding
1. Geschiedenis
De gemeente Dalfsen is in 1811, net als alle oorspronkelijke Nederlandse gemeenten, onder het bewind van Napoleon ontstaan. Het gebied dat onder de nieuwe gemeente viel kwam min of meer overeen met het daarvoor bestaande kerspel Dalfsen. Het kerspel, reeds in 1300 ontstaan, was een bestuur-rechtelijke eenheid. Het wereldlijk kerspel werd van oudsher bestuurd door de (erfgenamen van de) grootgrondbezitters, en heeft als rechtspersoon formee na de omwenteling van 1795 opgehouden te bestaan. Het gebied omvatte naast het dorp Dalfsen diverse buurschappen en marken. De marken waren verenigingen van landeigenaren die gezamenlijke gronden in bezit hadden. Onder de gemeente Dalfsen bestonden de buurschappen: Ankum, Gerner, Leusen, Oosterdalfsen, Welsum, Emmens, Hessum, Lenthe, Millingen, Rechteren, Dalmsholte. Sommige buurschappen hebben ook als marke bestaan, te weten Leusen, Welsum, Emmen, Lenthe, Millingen en Rechteren. Daarnaast waren ook De Rute en Rozengaarde marken in het gebied van Dalfsen
De rivier de Vecht heeft altijd een belangrijke plaats in genomen in het wel en wee van de gemeente Dalfsen. Veel inwoners bevonden zich in een behoorlijke staat van welvaart door de schipperij en ook de landbouwers profiteerden van de Vecht. Aan de andere kant zorgde de overstromingen van de Vecht er regelmatig voor dat grote delen van de gemeente onder water kwamen te staan (inv.nrs. 113, 101-107, 116). De grootste overstroming is geweest in 1825. In 1836 werd de brug over de Vecht gebouwd, deze brug kwam in plaats van de pont. De scheepvaart op de Vecht ondervond in de zomer moeilijkheden vanwege de te lage waterstand, terwijl in de winterperiode juist de te hoge waterstand de moeilijkheden voor de schippers veroorzaakte. Aan het begin van de 20e eeuw was Dalfsen nog de thuishaven voor een 10-tal schepen en jaarlijks voeren er circa 170 schepen van of naar Zwolle door Dalfsen. Twee maal per week, op de dinsdag en vrijdag (als de waterstaat het toeliet) voer er tevens een beurtschipper naar Zwolle en terug. Tot in de jaren veertig neemt de scheepvaart op de Vecht een belangrijke plaats in.
Tijdens de inlijving van Nederland bij Frankrijk in de periode 1810-1813 wordt als eerste bestuurder van de nieuwe gemeente Dalfsen benoemd F.C. Mulert. Op dat moment is hij de "Maire van Dalfsen" en als zodanig voorzitter van de gemeenteraad. Van de weduwe van de adjunct-maire W. Grobbee worden er in 1813 twee kamers gehuurd die dienst zullen doen als gemeentehuis. Het laten bouwen van een eigen gemeentehuis was te kostbaar. In de periode na het ontstaan van de gemeente kampt het ieder jaar met financiële zorgen, de begrotingen worden dan ook constant met een tekort afgesloten.
Rond 1811 telt Dalfsen circa 3750 inwoners. De meeste Dalfsenaren vinden hun bestaan in de landbouw, daarnaast zijn de grootste beroepsgroepen bouwmannen, daghuurders en schippers. Op het gebied van de religie was er een verdeling van 2/3 hervormden en 1/3 katholieken waarbij de hervormden de beschikking hadden over 2 kerken, één in het kerkdorp Dalfsen en één in buurschap (Nieuw)Leusen en de katholieke kerk bevond zich in buurschap Lenthe.
De algehele malaise in Nederland, in feite in heel Europa, in de jaren 1845-1850 ging ook aan Dalfsen niet voorbij. Ziekte onder het aardappelgewas en het vee en een cholera-epidemie werden zaken waar ook de inwoners van deze gemeente mee te maken kregen. Van alle gepootte aardappelen kon in 1845 slechts 1/3 geoogst worden. De armbesturen konden niet of met veel moeite de mindervermogende voorzien van enkele levensmiddelen die door de schaarste onderhevig waren aan enorme prijsstijgingen. Ook in de jaren daarna waren de oogsten niet optimaal en werden ook andere gewassen als rogge aangetast. Meer rampspoed bleef niet uit. Eind 1847 werd er een ernstige longziekte onder het vee geconstateerd die aanbleef tot halverwege 1849 (inv.nrs. 1170,1177) waardoor veel vee stierf.
Hoewel Dalfsen ook niet aan de cholera-epidemie ontkwam, eiste deze ziekte daar "slechts" enkele tientallen levens in het jaar 1849. In dat jaar werden de oogsten weer beter en krabbelde Dalfsen weer uit het dal waar het de afgelopen vijf jaar in had gezeten.
Het inwoneraantal van Dalfsen is niet evenredig met het inwoneraantal van de provincie Overijssel gestegen. Dalfsen liep daarin sterk achter. Was het aantal in Overijssel over de periode 1795-1879 ruim verdubbeld, in Dalfsen geschiedde dit pas in de periode 1795-1930 (1795: 3746 inw., 1930: 7318 inw.) Er zijn diverse redenen voor het achterblijven van de groei aan te geven. Een belangrijke reden was dat Dalfsen nooit een grote aantrekkingskracht heeft uitgeoefend op "vreemden". Migranten die zich in dit deel van Nederland wilden vestigen gingen eerder de kant op van Twente vanwege de textielindustrie of richting de veenafgravingsgebieden in onder andere Noord-Overijssel en Drenthe. Daarnaast blijkt in de jaren 1880-1900 dat vele arbeidskrachten uit Salland, en dus ook uit Dalfsen, onder invloed van de slechte economische situatie als gevolg van de internationale landbouwcrisis hun heil elders moesten zoeken. Alternatief werk in andere sectoren (ambachten en diensten) was in Dalfsen niet of nauwelijks aanwezig.
In het jaarverslag van de gemeente over 1915 (inv.nr. 837) wordt vermeld dat de algemene toestand met betrekking tot de landbouw en veeteelt gunstig te noemen is en dat de koop- en huurwaarde van de landerijen hoog is. Als redenen voor deze gunstige situatie worden de coöperatieve aankopen van kunstmeststoffen, veevoederartikelen en landbouwwerktuigen alsmede het gebruik van kunstmest en de verbetering in de wijze van het verbouw van gewassen genoemd. Voor een plattelandsgemeente als Dalfsen waren dit zaken van groot belang. Naast de landbouw en veeteelt werkt in die periode een deel van de bevolking in de plaatselijke ambachten en industrie. De belangrijkste werkgevers waren de snelpersdrukkerij Eshuis en Co. (in 1915 waren daar 28 mannen, 1 jongen en 2 vrouwen werkzaam), de stoomcichoriefabriek van de "N.V. Maatschappij tot Exploitatie der onroerende goederen van de Erven B.H. Egberts" (in 1915 waren daar 15 mannen en 1 jongen werkzaam) en de timmermanswerkplaats van E. Scholten (in 1915 werkten daar 10 mannen). Daarnaast bevonden zich in de gemeente ruim 20 broodbakkerijen, 11 kleermakerijen, 8 schoenmakerijen, 11 smederijen, 17 timmermanswerkplaatsen en 5 ververijen. Bij deze "bedrijfjes" waren in 1915 in totaal 147 mannen en 25 kinderen werkzaam. Op de gehele bevolking van die tijd is dat nog geen 5%. (Het inwonersaantal van de gemeente bedroeg in het eerste kwartaal van de 20e eeuw circa 6500, met een licht overschot aan mannen.)
De ontwikkeling van de Dalfser industrie bleef niet stilstaan. De eerder genoemde drukkerij Eshuis en Co, de cichoreifabriek Egberts en enkele sigaremakrijen breidden uit en er werden ondermeer een zuivelfabriek en een gemeentelijk Electriciteitsbedrijf opgericht (zie "Gedeponeerde Archieven). De N.V. Overijsselsche stoomcichoreifabriek (voorheen Egberts) was tot in jaren 30 tot de drie grootste cichoreifabrieken in Nederland. Onder leiding van J.H. Egberts werd de fabriek in 1925/1926 fors uitgebreid. De cichorei werd niet alleen nationaal verhandeld maar ook internationaal, er vond export plaats naar Duitsland, Engeland en Zuid-Afrika.
Ook de welvaart van de boeren groeide. Dit was niet alleen te danken aan de ontwikkelingen en verbeteringen van de landbouw- en veeteelttechnieken. Het waren tevens de coöperaties als de "Coöperatieve Zuivelfabriek Dalfsen", de "Coöperatieve Vereeniging Boerenleenbank" en de "Afdeling Dalfsen der Overijsselsche Landbouw Maatschappij", die zorgden voor verdere positieve invloed op de landbouw en veeteelt.
2. Verantwoording van de inventarisatie
3. Aanwijzingen voor de gebruiker
4. Literatuurlijst
Inventaris
Kenmerken
Datering:
(1806) 1811 - 1927 (1934)
Omvang archiefblok:
57,75 m
Toegang:
Doxis, Inventaris van het archief van de Gemeente Dalfsen, (1806) 1811 - 1927 (1934), Leidschendam (2000).
Openbaarheid:
Het archief is openbaar.
Categorie:
Archiefvormer(s)::
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS