Hoe doe ik onderzoek in de Memories van Successie?

Wat zijn Memories van Successie?
Om enig idee te krijgen van de vermogenspositie van uw negentiende-eeuwse voorouders kunt u gebruik maken van de memories van successie. Op 27 december 1817 trad de zogenaamde ‘Wet tot het heffen eener belasting onder den naam van regt van successie’ in werking. In deze wet werd geregeld dat over de nalatenschappen van inwoners van Nederland belasting betaald moest worden. Ontvangers van de Registratie en Successie werden belast met het opmaken van een overzicht van de baten en lasten van een nalatenschap, aan de hand van de door de erfgenamen ingediende aangiften voor het recht van Successie: de “Memorie van Successie”. Overijssel werd ingedeeld in 10 kantoren, te weten Almelo, Deventer, Enschede, Goor, Kampen, Oldenzaal, Ommen, Raalte, Vollenhove (later Steenwijk) en Zwolle. In bijlage 11 van de inventaris op de Memories van Successie is een overzicht te vinden van de Overijsselse gemeenten met de daarbij behorende kantoren der Registratie en Successie.

Inhoud van de Memories van Successie
De memories bevatten de volgende gegevens: de naam van de overledene, zijn/haar overlijdensdatum, plaats van overlijden, overzicht van het bezit aan onroerend goed (met kadastrale gegevens), na(a)m(en) van de erfgena(a)m(en), woonplaats van de erfgena(a)m(en), datum van eventuele testament en de naam van de notaris bij wie het testament is opgemaakt.

Let op dat de gegevens omtrent een testament niet altijd worden vermeld en dat de memoriedatum niet altijd correspondeert met de overlijdensdatum.

Van sommige personen is geen Memorie van Successie opgemaakt. Vererving in de rechte lijn werd in 1817 namelijk vrijgesteld van de heffing, evenals alles wat geërfd werd uit een nalatenschap waarvan het saldo niet meer bedroeg dan 300 gulden. Pas in 1878 kwam er een inhoudelijke wijziging van de regeling tot stand: in het vervolg zouden ook nalatenschappen in de rechte lijn aan het recht van successie onderworpen zijn, mits het saldo groter was dan 1.000 gulden. Vanaf dit jaar kunnen in de memories gedetailleerde gegevens worden aangetroffen.

Bij het HCO kunnen de Overijsselse memories van successie uit de periode 1818-1927 geraadpleegd worden. De memories uit de periode daarna berusten nog bij de Belastingdienst.

Raadplegingswijze
Allereerst gaat u na waar de overledene zijn/haar laatste woonplaats had, zodat u weet onder welk kantoor u de memorie moet zoeken. Gebruik daarvoor het overzicht van gemeenten en bijbehorende kantoren in bijlage 11 van de inventaris.

Vóór 1856
In deze periode ontbreken de eigentijdse ingangen. Voordat u de memories van een bepaald kantoor in een bepaald jaar raadpleegt, moet u zich verdiepen in de ordeningswijze van dat kantoor. Deze ordeningswijze is in de inventaris weergegeven in een NB onder de vermelding van de naam van het kantoor. Klik daarvoor op de knop ‘Toon details van deze beschrijving’ onder de naam van het kantoor.

De memories zijn aanvankelijk vooral op datum van hun indiening, later in principe per maand en op jaar van het overlijden geordend. Ingeval de ordening van de memories geschiedde op datum van hun indiening kan het zijn dat de gezochte memorie niet te vinden is bij het overlijdensjaar, maar bij het daaropvolgende jaar. Dit geldt met name voor de memories betreffende de nalatenschap van de in de laatste maanden van het jaar overleden personen.

Bij de meeste kantoren zijn de memories per maand en dan in alfabetische volgorde in de onder dat kantoor ressorterende gemeenten ingebonden, voorafgegaan door een verzamelstaat, die de ambtenaar van de Burgerlijke Stand toezond, b.v. Avereest, januari 1843, Dalfsen, januari 1843, enz. Soms bond men per gemeente achtereenvolgens de eerste drie of zes maanden van het jaar in.

Ná 1856
De memories van aangifte, welke van na 31 december 1855 dateren, zijn te vinden via de tafels V-bis.

Stel dat u iemand zoekt, wiens achternaam met een U begint en die is in 1876 in Tubbergen overleden, dan vindt u in de tafel V-bis van het kantoor Almelo, waaronder Tubbergen ressorteert, de registratie van het overlijden en de datum van de indiening van de memorie van aangifte. In kolom 2 staat de verwijzing naar het volgnummer van de memorie in het register nr. IV, bijvoorbeeld 2/1236. Het cijfer vóór de schuine streep duidt een tienduizendtal ingeleverde memories van aangifte c.q. negatieve certificaten aan; dus 1/ is 1 t/m 9.999, 2/ is 10.001 t/m 19.999, 3/ is 20.001 t/m 29999 enz.

Onder het nummer uit kolom 2 kunt u de memorie dan terugvinden, in het register nr. IV uit het jaar 1876.

Openbaarheid
Alléén memories die ouder zijn dan 100 jaar, mogen ter inzage worden gegeven. Dit geschiedt ingevolge de beschikking van de Minister van Financiën van 25 november 1948 (afd. Organisatie van de belastingdienst, nr. 184), welke bij Koninklijk Besluit van 20 september 1949 nr. 20 werd vastgesteld. In het Informatieblad Inzage in beperkt openbaar archief kunt u nalezen of en hoe u toch inzage kunt verkrijgen.

Start uw onderzoek en ga direct naar de bron.