Niet alleen de summiere bevolkingsadministratie – vooral in de vorm van kerkelijke doop-, trouw-, begraaf- en lidmatenboeken – en het soms moeilijk leesbare schrift spelen je daarbij parten, maar ook het gebruik van namen. Pas met de invoering van de burgerlijke stand werd immers verplicht dat elke familie een vaste achternaam moest voeren, die van vader op zoon vererfde.
Het gebruik van namen
Vóór 1811 waren er geen officiële regels voor het gebruik van namen. Met name op het platteland maakten veel mensen gebruik van een patroniem of vadersnaam: een aanduiding die was afgeleid van de voornaam van de vader (bv. Jan Hendriks = Jan, zoon van Hendrik).
Ook het traditionele gebruik van boerderijnamen is een verwarrend verschijnsel. Een boer en zijn gezinsleden werden doorgaans aangeduid met de naam van het erve waarop zij woonden. Als een familie naar een andere boerderij verhuisde, kregen zij een nieuwe boerderijnaam toebedeeld en ging de naam van het verlaten erve vanzelf over op de volgende bewoners.

Het interieur van een oude boerderij of "los hoes" bij Delden, waar
de boer en zijn gezin samen met het vee in één ruimte verbleven.
De losse omgang met namen maakt het vaak lastig om mensen uit elkaar te houden en generaties op de juiste manier aan elkaar te koppelen. Houd er ook rekening mee dat de spelling van zowel voor- als achternamen sterk kon verschillen. Men spelde namen (ook de eigen naam!) vaak naar eigen goeddunken en was daarin lang niet altijd consequent.
In dit hoofdstuk komen historische documenten van vóór 1811 aan de orde:
- Registers van naamsaanneming
- Doop-, trouw- en begraafregisters
- Doopboeken
- Trouwboeken
- Begraafboeken
- Lidmatenregisters
Aanvullende literatuur
Over naamkunde is veel literatuur. Een goede inleiding biedt:
- R.A. Ebeling, Voor- en familienamen in Nederland. Geschiedenis, verspreiding, vorm en gebruik (Groningen/Den Haag 1993).
- Zie ook: B.J. Hekket, Oost Nederlandse Familienamen. Hun ontstaan en betekenis (Enschede 1996);
- T. Marcelis, 'Naamsaanneming', in: Overijssels contactbericht nr. 16 (juli 1981).
Problemen rond het oud-schrift kun je oplossen met behulp van:
- B. van Straalen e.a. (red.), Lezen in Gelderse en Overijsselse bronnen. Gids bij oud schrift in Gelderland en Overijssel (Kampen 1998);
- of met de Cahiers oud schrift die het CBG uitgeeft.
Zie voor de vertaling van Latijnse termen in de dtb-registers :
- P.J.W. van den Berk en M. van der Beek, Latijn bij genealogisch onderzoek (Den Haag 1997).
Voor dateringsproblemen kun je gebruik maken van:
- W. Wijnaendts van Resandt, Dagen, maanden, jaren; tijdrekenkunde in kort bestek (Den Haag 1984).
(Dit is pagina 1 van 7) Ga verder