In het handelsregister zijn gegevens vastgelegd over:
Het Historisch Centrum Overijssel bewaart dossiers van:
-
opgeheven bedrijven,
-
bedrijven die zijn verplaatst naar een gemeente buiten het werkgebied van de betreffende Kamer van Koophandel,
-
bedrijven die een nieuwe rechtsvorm hebben gekregen.
Actuele dossiers vindt u bij de Kamers van Koophandel!
Via deze database kunt u vinden welke dossiers uit de jaren 1921-1990 wij bewaren die afkomstig zijn van de Kamers van Koophandel in Deventer (toegangsnr. 329.1), Enschede/Hengelo (toegangsnr. 433.7) en Zwolle (toegangsnr. 232.2).
Ca. 83000 Overijsselse bedrijven in beeld!
Overzicht archieven Kamers van Koophandel in het Historisch Centrum Overijssel
In Overijssel zijn vanaf 1842 in de hieronder genoemde plaatsen Kamers van Koophandel ingesteld. In 1922 is een grote reorganisatie doorgevoerd, wat resulteerde in de samenvoeging van meerdere kleine Kamers tot twee grote. Vanaf dat moment zijn in Overijssel actief de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Twente en Salland, verdeeld over de districten Deventer en Hengelo, en de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Noordelijk Overijssel te Zwolle.
De meeste archieven bestaan uit een secretariaatsgedeelte en het zogeheten Handelsregister. De dossiers uit het Handelsregister zijn openbaar, de secretariaatsarchieven van na 1922 zijn echter beperkt openbaar.
-
Almelo; 1842-1922
Toegangsnr. 325.1
-
Avereest; 1860-1922
Toegangsnr. 325.2
-
Borne; 1914-1922
Toegangsnr. 325.4
-
Delden; 1852-1922
Toegangsnr. 325.4
-
Deventer; 1922-1959
Toegangsnr. 329
De archieven van vóór 1922 bevinden zich in het Gemeentearchief te Deventer.
-
Enschede
Deze kamer is in 1922 opgeheven. De archieven van vóór 1922 bevinden zich in het Gemeentearchief te Enschede.
-
Goor; 1852-1922
Toegangsnr. 325.8
-
Hengelo; 1922-1997
Toegangsnr. 433
-
Kampen
Deze kamer is in 1922 opgeheven. De archieven van voor 1922 bevinden zich in het Gemeentearchief te Kampen.
-
Oldenzaal; 1842-1922
Toegangsnr. 325.12
-
Rijssen; 1856-1922
Toegangsnr. 325.13
-
Steenwijk; 1892-1922
Toegangsnr. 325.14
Na 1922 vallen de gemeenten Steenwijk en Staphorst onder de Kamer van Koophandel en Fabrieken van Drente te Meppel.
-
Zwolle; 1922-...
Toegangsnr. 232
De archieven van vóór 1922 bevinden zich in het Historisch Centrum Overijssel, locatie Voorstraat.
Bedrijfsarchieven
Informatie over de verblijfplaats van bewaard gebleven archieven van ondernemingen die opgeheven zijn dan wel (een deel van) hun oud-archief elders in bewaring hebben gegeven is te vinden bij de Bedrijfsarchieven Registratie Nederland (BARN), te vinden bij:
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis
Cruquiusweg 31
1019 AT Amsterdam
tel: 020-6685866
fax: 020-6654181
website: www.iisg.nl
Ook zijn in het Centrale Registratie voor Particuliere Archieven, opgezet door het Algemeen Rijksarchief), gegevens over (verblijfplaatsen van) een aantal bedrijfsarchieven te vinden. Deze registratie kan kosteloos geraadpleegd worden in de studiezaal van het Algemeen Rijksarchief.
Inzien originele dossiers
U kunt originele dossiers aanvragen en inzien op de studiezaal van het Historisch Centrum Overijssel, locatie Eikenstraat.
Hiervoor heeft u de volgende gegevens nodig:
- vestigingsplaats van de betreffende Kamer van Koophandel
- het inschrijvingsnummer van het betreffende bedrijf
- het inventarisnummer van het betreffende bedrijf
U kunt op de studiezaal kopieën laten maken.
Geschiedenis van de Kamers van Koophandel
Tot 1851
Overheidsinstellingen ter bevordering van de handel zijn er in Nederland vóór 1795 nauwelijks geweest. Ten gevolge van de Franse inval in ons land in dat jaar, werden er naar Frans voorbeeld, in de Nederlandse gewesten Comités van Koophandel en van Zeevaart opgericht, onder meer te Amsterdam en Rotterdam. Pas na de inlijving bij Frankrijk in 1810 echter werd de voorlichting en advisering op gebied van handel en nijverheid door de overheid structureel aangepakt en wettelijk geregeld. Dit resulteerde in de oprichting van Kamers van Koophandel te Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht, Middelburg en Vlissingen, die naast het geven van voorlichting en advies ook enkele uitvoerende taken op het gebied van de handel hadden.
Bij het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid in 1813 bleven de genoemde organen bestaan. In 1815 werd de Franse regeling waarop zij berustten, vervangen door een Nederlandse, waarbij alleen de adviserende taak, uitsluitend voor en op verzoek van de (centrale) overheid, overbleef op het gebied van handel en nijverheid. De invloed van de centrale regering op de Kamers was groot. Zo werden bijvoorbeeld de leden en de secretarissen van de Kamers benoemd door de Koning. Voor de financiën waren de Kamers tot 1922 afhankelijk van de overheid, in hoofdzaak van de gemeenten.
1851-1920
In 1851 kwam er een geheel nieuw Reglement voor de Kamers van Koophandel en Fabrieken tot stand. De leden werden nu door de handelaren en fabrikanten uit hun midden verkozen. De Kamers kregen het recht om uit eigen beweging mededelingen te doen die zij in het belang achtten van het bedrijfsleven. Hun algemeen voorlichtende taak, die na 1920 steeds belangrijker zou worden, was hiermee begonnen. De werkzaamheden van de Kamers ontwikkelden zich in steeds grotere openbaarheid.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog brak het inzicht door dat de organisatie van de Kamers van Koophandel aan herziening toe was. Inmiddels was het aantal Kamers gegroeid tot 97, werkzaam voor 116 gemeenten, waardoor het voor de regering moeilijk was alle Kamers te raadplegen en aan al hun adviezen de nodige aandacht te schenken. Bovendien waren de adviezen vaak beperkt tot het plaatselijk belang. In ruim duizend gemeenten waren geen Kamers van Koophandel aanwezig. In 1917 werd een commissie ingesteld voor de reorganisatie.
Tegelijkertijd werd een wetsontwerp ingediend voor de instelling van een handelsregister, waarvan de noodzaak zich had doen voelen tijdens de oorlog. Doordat men het beheer van een handelsregister wilde opdragen aan de Kamers, was een ingrijpende reorganisatie daarvan geboden.
1921-1940
De nieuwe Wet op de Kamers van Koophandel 1920 trad samen met de Handelsregisterwet 1918 in 1921 in werking. In werkelijkheid maakten de Kamers oude stijl echter pas per 1 april 1922 plaats voor de nieuwe, gegrond op de nieuwe wetten.
Het aantal Kamers werd teruggebracht tot 36, wier districten tezamen het gehele grondgebied van het land besloegen. Behalve adviserende taken hadden de Kamers nu ook een uitvoerende taak in het bijhouden van het Handelsregister en het geven van voorlichting daaruit en wel voor het gehele Nederlandse bedrijfsleven: groot-, midden- én kleinbedrijf. Bovendien beschikten zij nu over eigen inkomsten, uit de inschrijvingen in het handelsregister. De rekening en verantwoording en de begroting moesten echter wel door de centrale overheid gedaan worden. De bevoegde minister kon eventueel besluiten van de Kamers schorsen of vernietigen. De samenwerking tussen de Kamers werd mede bevorderd door de in 1924 opgerichte Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland.
1940-1950
In de Tweede Wereldoorlog werd door de bezetter een andere organisatie van het bedrijfsleven in het leven geroepen. Bedrijven werden ingedeeld in Hoofdgroepen en Vakgroepen, met een overkoepelende Raad voor het Bedrijfsleven. Deze op het leidersprincipe gestoelde organisatie van het bedrijfsleven diende de belangen van handel en industrie voor een groot deel te behartigen. Voor de Kamers was een regionale rol weggelegd. Het aantal Kamers werd door de bezetter teruggebracht tot één per provincie. De andere Kamers werden als ondergeschikt kantoor van de provinciale Kamers gehandhaafd. De voorzitters in de Kamers speelden - weer overeenkomstig het leidersprincipe - een belangrijke rol. Tot 1950 hebben de Kamers officieel onder de oorlogsregelingen gewerkt, zij het dat het leidersprincipe al spoedig in de praktijk losgelaten werd.
Vanaf 1950
In de wet op de Bedrijfsorganisatie 1950 en de wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963 werd de aanzet tot de moderne Kamers van Koophandel gegeven. De Kamer van Koophandel werd de regionale belangenbehartiger bij uitstek van het bedrijfsleven, in een netwerk van andere instanties die de bevordering van het economisch leven ten doel hebben. In 1976 werd de taak van de Kamers van Koophandel uitgebreid met het bijhouden van het Verenigingen- en Stichtingen Register, wat tot die tijd door het Ministerie van Justitie gedaan werd. De gegevens uit de handels-, verenigingen- en stichtingenregisters werden vanaf omstreeks 1980 gecomputeriseerd. In 1997 werd een nieuwe Handelsregisterwet van kracht waarbij bepaald werd dat er nog maar één Handelsregister, geldig voor heel Nederland, zou worden bijgehouden.
Verder lezen
Een uiteenzetting over de Kamers van Koophandel is te vinden in:
- B.W. Buenk, C.F.A. Eenhorst en C.W. Mark De Kamers van Koophandel in de Praktijk, 1969 Deventer
- J.L.J.M. van Gerwen, J.J. Segers en S.W. Verstegen Mercurius' Erfenis. Een geschiedenis en bronnenoverzicht van de Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland. Uitgave NEHA, Amsterdam 1990.
In de laatste publicatie wordt een overzicht gegeven van de bestaande Kamers van Koophandel en de Archiefbewaarplaatsen waarin hun archieven bewaard worden.
Registratie 1811-1921
V�1921 werden door de rechtbanken en kantongerechten alleen registers bijgehouden van vennootschappen en niet van andere bedrijven. Wanneer een vennootschap werd opgericht, werd daarvan een akte opgemaakt die vanaf 1811 bij een rechtbank van het desbetreffende arrondissement gedeponeerd werd en daar in een register ingeschreven, het zogenaamde Vennootschapsregister. Een dergelijke akte bevat gegevens over het doel van de onderneming, de aandeelhouders, het maatschappelijk kapitaal, de directie, de raad van commissarissen en de bevoegdheden van verschillende personen. Bij wijziging en opheffing werd ook een akte opgemaakt. Ook die werd in het register opgenomen.
De archieven van gerechtelijke instellingen met een regionale taak zijn te vinden in de rijksarchieven in de provinciehoofdsteden.
Literatuur: R. Huijbrecht (red.), Werkboek Rechterlijke Archieven 1838-1940, Den Haag 1991 (2e druk).
1811-1838
Akten van vennootschap - met uitzondering van NV's -werden gedeponeerd bij de rechtbanken van koophandel.
Vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap ( op aandelen).
De akte van oprichting moest binnen veertien dagen worden geregistreerd bij de griffie van de rechtbank van koophandel binnen het arrondissement waar de onderneming was gevestigd.
Onderneming met meer vestigingen
Ook bij de rechtbanken van koophandel in de arrondissementen waar de overige vestigingen zich bevonden werd de akte ingeschreven.
Naamloze vennootschap
Voor de oprichting van een NV was vooraf toestemming nodig van de regering. De oprichtingsakten van naamloze vennootschappen hoefden niet bij de rechtbank van koophandel te worden gedeponeerd. In het begin van de negentiende eeuw werd de rechtsvorm van naamloze vennootschap nog weinig gebruikt.
1838-1921
Akten van vennootschappen, ook van naamloze vennootschappen, werden gedeponeerd bij de arrondissementsrechtbank of bij een kantongerecht. Ook akten waarbij statuten werden gewijzigd of waarbij een vennootschap werd ontbonden werden bij de rechtbank of het kantongerecht gedeponeerd.
Registratie vanaf 1921
Algemeen
Iedere onderneming wordt sinds 1921 ingeschreven in het Handelsregister. Het Handelsregister wordt bijgehouden door de Kamer van Koophandel in het gebied waar de onderneming gevestigd is. Van iedere onderneming die in het Handelsregister is ingeschreven wordt een dossier aangelegd. Dat dossier bevat een aantal gegevens over de onderneming. Verandert er iets aan de structuur, de rechtsvorm, de taakstelling enz. van de onderneming, dan wordt dat in het dossier verwerkt. Wordt een onderneming opgeheven, dan wordt het dossier doorgehaald. Dat gebeurt ook als een onderneming verplaatst wordt naar een gemeente buiten het werkgebied van de desbetreffende Kamer van Koophandel of als een bedrijf een nieuwe rechtsvorm krijgt of op een andere manier sterk verandert. Doorgehaalde dossiers gaan na enige tijd (doorgaans na twintig jaar) naar een rijksarchief in de hoofstad van de desbetreffende provincie.
Wat vindt u in de dossiers van het Handelsregister?
- Korte omschrijving van de onderneming
- Handelsnaam
- Rechtsvorm (eventueel met een exemplaar van de statuten)
- Volledig adres
- Gegevens over eigenaren, bestuurders, vennoten, commissarissen en procuratiehouders
Als in een van deze gegevens verandering komt, dan wordt dat in het dossier vermeld. Een dossier van het Handelsregister bevat geen stukken als brieven, foto's of lijsten van personeelsleden. In het secretariaatsarchief van een Kamer kunnen dergelijke aanvullende gegevens echter wel aanwezig zijn.
Misschien bestaat het eigen historisch archief van het desbetreffende bedrijf nog wel. Als een bedrijf zelf echter niet meer bestaat, is de kans ook groot dat het archief niet bewaard is gebleven.
Soms is de opheffing van een bedrijf een gevolg van faillissement. In dat geval is in het dossier het vonnis vermeld waarin die faillietverklaring is uitgesproken. Aan de hand van dat gegeven kunt naar de faillissementsdossiers zoeken in de archieven van arrondissementsrechtbanken. Deze dossiers bevatten gegevens over de onderneming, zoals de oorzaak van het faillissement, de schuldeisers en dergelijke. Meer informatie over faillissementen vindt u in Zoekwijzer 4 van de Rijksarchiefdienst.
Welke bedrijven?
Van ieder bedrijf - ook een eenmanszaak - wordt sedert 1921 in het Handelsregister een dossier bijgehouden, behalve van overheidsbedrijven, landbouwbedrijven (wel weer als het een NV of een BV is) en straathandel. In het Handelsregister worden alle bedrijven opgenomen die hun zetel in Nederland hebben, ook filialen of bijkantoren van buitenlandse bedrijven.
Ook van bedrijven die in 1921 - toen het Handelsregister werd ingericht - al bestonden, is een dossier aangelegd. De handelsregistersdossiers die in de rijksarchieven bewaard worden zijn doorgehaald. Dat wil overigens niet altijd zeggen dat het desbetreffende bedrijf niet meer bestaat, Bij sommige Kamers van Koophandel is de werkwijze van de afdeling Handelsregister zó, dat een dossier ook wel eens wordt doorgehaald als een bedrijf een nieuwe rechtsvorm krijgt of op een andere wijze sterk verandert. Er wordt dan met een nieuw dossier aangelegd. Het doorgehaalde dossier gaat na enige tijd (doorgaans twintig jaar) naar een rijksarchief.