Het katholieke geslacht van Twenhuisen behoorde tot de aanzienlijkste families in Zwolle. Al in 1388 verwierf een Zwederus van Tweenhuysen het Zwolse burgerrecht. Evenals Van Haersolte en Knoppert werd Van Twenhuisen gerekend tot de gegoede patriciersgeslachten. Zij vervulden decennia lang verschillende functies, zoals procurator van broederschappen, kerkmeester, schout, schepen, raad en burgemeester.
Leden van het geslacht van Twenhuisen maakten deel uit van de intellectuele elite in onder meer Zwolle en Amsterdam. Ze hadden economische belangen in Zwolle, de Republiek en in andere landen, die door middel van een indrukwekkend relatienetwerk in stand werden gehouden.

Zo was de in Zwolle geboren Lambert van Tweenhuysen (1565-1627), een markant buitenbeentje in de Amsterdamse koopmanswereld, initiatiefnemer van de Nederlandse walvisvaart en de handel op Noord-Amerika. Hij bracht daarvoor de Noordse Compagnie en de Compagnie van Nieuw-Nederland tot stand. Als reder en specerijenkoopman slaagde hij erin een groot vermogen en maatschappelijk aanzien op te bouwen. Dit gold in mindere mate ook voor zijn tijdgenoot, de Zwolse doctor in de rechten Emmanuel van Twenhuisen (ca. 1560- 1626), die in het Zwolse stadsbestuur belangrijke posten vervulde. Na zijn overlijden bestemde zijn weduwe Johanna of Anna van Haerst haar bezittingen tot een gesticht voor oude katholieke vrouwen. Dit hofje droeg de naam van haar overleden man: de Emmanuelshuizen, en was gelegen in de Praubstraat. Het was een van de weinige katholieke instellingen, die de Reformatie overleefde en nog tot op de dag van vandaag bestaat.
|
De Collectie Emmanuelshuizen omvat de volgende delen:
- Toegangsnummer 1164: Van Twenhuisen-Hoefslag-Helmich,
1482-1805; 0,12 m., 32 charters.
- Toegangsnummer 894: Emmanuelshuizen te Zwolle,
1638-1986; 3,25 m., 6 charters
- Aanvullingen op deze archieven zijn ook aanwezig in het Gemeentearchief Dordrecht en in het Utrechts Archief.
|
 |