print deze pagina

pijlPresentatie Kadastrale atlas Kampen e.o.


Op 23 november 2007 werd de Kadastrale Atlas 1832 van Kampen, Groot IJsselmuiden en Schokland gepresenteerd.

-door Piet den Otter-


Het betreft een uitgave van de Stichting Kadastrale atlas, die  tot stand is gekomen met medewerking van vele vrijwilligers, medewerkers van het gemeentearchief Kampen, het Historisch Centrum Overijssel, “Ons Erfgoed” Kampen, subsidies van de voormalige gemeente IJsselmuiden en Stichting CAS alsmede sponsoring door een aantal bedrijven.

Wat is een kadastrale atlas?

Geïnspireerd door het Franse systeem besloot de Nederlandse regering aan het begin van de 19de eeuw een systeem voor een rechtvaardige heffing van de grondbelasting in te voeren. Daarvoor moest het gehele grondgebied nauwkeurig in kaart worden gebracht, wat gebeurde door ervaren landmeters, gedurende een periode van bijna 20 jaar. Ook op het grondgebied van Kampen en omliggende gemeenten hebben de landmeters hun werk gedaan. De kaarten die zij maakten en de bijbehorende gegevens zijn bewaard gebleven en worden beheerd door het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle. Daar kunnen ze door iedereen worden geraadpleegd.

Schat aan informatie

De oude gegevens bevatten een schat aan informatie, zowel voor (plaatselijke) historici als voor genealogen. Met behulp van de momentopname van 1832 als vast punt is het mogelijk de ontwikkeling van het gebied tot nu toe te reconstrueren.

Onderzoekers kunnen nu de precieze locatie van boerderijen bepalen, maar ook oude boerderijnamen bestuderen en achterhalen hoe het grondbezit vroeger verdeeld was. Door vergelijking van de gegevens met die in de huidige situatie krijgen zij een beter inzicht in de agrarische en economische ontwikkeling in de afgelopen tweehonderd jaar.

De kadastrale atlas Kampen e.o.

De Kadastrale Atlas Kampen e.o. is het twaalfde  deel in de serie Kadastrale Atlas van Overijssel van 1832, met de gegevens van de voormalige gemeenten Kampen en IJsselmuiden. De gemeente Kampen stamt van 1811. De gemeente IJsselmuiden ontstaat op 1 januari 1937 door samenvoeging van de gemeenten Grafhorst, IJsselmuiden, Kamperveen, Wilsum en  Zalk.
In deze atlas is ook opgenomen de eilandgemeente Schokland. Tezamen met Genemuiden vormen deze gemeenten in 1832 het kadastrale kanton Kampen.

De atlas brengt het kanton Kampen rond 1832 letterlijk in kaart. In deze atlas zijn van ruim 11.000 percelen met een totale oppervlakte van 13.000 hectaren, eigendom en eigenaar, ligging en oppervlakte, soort van bebouwing of grondgebruik en belastbare waarde vastgelegd. Hiermee is niet alleen een rijke bron van gegevens ontsloten over de geschiedenis van landschap en bebouwing, maar ook over de circa 12.500 mensen die hier rond 1832 leefden, over hun bezittingen en hun economische activiteiten. Het kadaster is daarmee een onmisbare bron voor de beoefening van de geschiedenis “dicht bij huis”. 

De wereld in 1832

De wereld zag er in 1832 heel anders uit dan nu. Vergelijking met de situatie anno 2007 laat zien hoe ingrijpend de veranderingen in onze woonomgeving in de afgelopen 175 jaar zijn geweest. In het kadaster van 1832 is het kanton Kampen vastgelegd van vóór de grootschalige ingrepen in de ruimtelijke ordening door industrialisatie en modernisering van het agrarische bedrijf, door woningbouw en ontginningen, door ruilverkavelingen en inpolderingen, door de aanleg van de moderne infrastructuur voor verkeer en vervoer zoals spoorwegen, kanalen, bruggen en wegen.

Schokland is nog een eiland in de Zuiderzee; inpoldering van de Zuiderzee ligt nog in een verre toekomst. De Koekoek is nog een binnenmeer, het grote werk van de regulering en normalisering van de Ijssel en andere waterstromen moet nog beginnen.

De ongerepte “natte” natuur, die wij nu koesteren als een groot en onvervangbaar goed, wordt in 1832 eerder als onherbergzaam en spookachtig ervaren. Er dolen watergeesten. Het water is soms vriend, maar vaker vijand.  Naast de gebruikelijke jaarlijkse wateroverlast in de winter, doen zich met regelmaat verwoestende overstromingen voor. Zo vergt de watersnood van februari 1825 vele honderden slachtoffers. Deze streken zijn in 1832 nog relatief leeg en dun bevolkt. De Groninger hoogleraar Auke van der Woud gaf zijn proefschrift over de ruimtelijke orde van Nederland tussen 1798 en 1848 niet voor niets de sprekende titel: Het lege land !

Het landschap om ons heen is een belangrijke inspiratiebron voor onze culturele identiteit. De dichteres Ida Gerhardt – zij woont in Kampen tussen 1939 en 1951 - heeft dat kernachtig uitgedrukt in de prachtige dichtregel: ‘het landschap staat in mij geschreven’. Wij dragen allemaal landschappen met ons mee. We herinneren ons het landschap van onze jeugd, de landschappen van verre reizen, de landschappen van dierbare herinneringen. Er bestaan bekoorlijke landschappen, maar ook bedreigende landschappen, ja zelfs schuldige landschappen, in de woorden van de dichter en schilder Armando, als hij het heeft over de plaatsen waar de holocaust zich heeft voltrokken.

Onze woonomgeving is fysiek en tastbaar. Daarnaast gaat het om beleving, herinnering, emotie. We vinden beide elementen terug in de representatie van het historische landschap in foto’s, schilderijen, reisverhalen, oude kaarten en tekeningen,en ook in het kadaster en de kadastrale atlas.

Landmeter Adrianus de Geus

Laten we het landschap in deze streek eens zien door de ogen van de landmeter Adrianus de Geus, als hij in 1818 de grens tussen  IJsselmuiden en Wilsum vastlegt. Hij schrijft: "…dat de grenslinie …bepaald word door de sloot genaamd de Rietsloot langs de westkant van het weiland behorende aan de Diaconie van IJsselmuiden en vervolgens langs de noord- en westzijde van het weiland behorende aan de Geestelijkheid te Kampen; vandaar zuidwaards langs het land van Dirk Livers; voorts noordwestwaards door een moeras tegen het weiland van de Kerk te Kampen en van hier westwaards na(ar) de IJsseldijk tusschen de eigendommen van Van Aalderen en Bernard Schoonhoven doorlopende ….". Enzovoorts, enzovoorts.

Het bovenstaande is een citaat uit een ambtelijk landmeetkundig document. Desondanks gaat er een grote poëtische kracht van uit. In de woorden van De Geus zien we het prachtige vroegere landschap letterlijk voor ons geestesoog verschijnen. Een landschap als resultaat van eeuwenlang menselijk ingrijpen, als resultaat van intensieve worsteling met de natuurlijke omstandigheden.

Het is gestolde geschiedenis, vol van betekenis over ons eigen verleden. Het is een fascinerende onderneming die historische betekenissen in het landschap te ontsluieren. De kadastrale atlas helpt ons daarbij.

Het kadaster van 1832, wat is dat nu precies ?

Het kadaster van 1832, wat is dat nu precies ? De openbare registratie van zakelijke rechten op onroerend goed is van Franse origine. In 1810 wordt ons land onderdeel van het Franse Keizerrijk. Dan gaan ook hier de Napoleontische belastingwetten gelden. Het kadaster heeft primair een fiscaal doel; de heffing van een uniforme grondbelasting. Geen sinecure, want voor het eerst worden alle percelen onroerend goed in heel Nederland systematisch in kaart gebracht en geregistreerd. In Overijssel gaat het om een kwart miljoen percelen.

Men start in het Kanton Kampen zeer voortvarend in juni 1812. Maar in  oktober 1813 lijdt Napoleon een vernietigende nederlaag in de volkerenslag bij Leipzig. De Fransen vertrekken hals over kop uit ons land. Op dat moment is de perceelsgewijze opmeting en schatting in alle gemeenten van het kanton voltooid, behalve in Kampen zelf. De kadastrering valt stil, totdat Koning Willem I in 1816 besluit de draad weer op te pakken. Maar het wordt een project van zeer lange adem.

'Kadastrering' volgens vaste procedures'

Uiteindelijk is het kadaster in Nederland in 1832 voltooid. De kadastrering verloopt volgens vaste procedures. In de atlas vindt u deze in detail beschreven. Men begint altijd met exact vastleggen van de gemeentegrenzen. Onze burgerlijke gemeenten zijn in 1811 ingesteld , meestal binnen de grenzen van de oude stads- en landgerichten.

Meermaals blijken buurgemeenten verschillend te denken over hun grensverloop. Zo moet op 16 februari 1818 de grensbepaling van IJsselmuiden uit 1812 opnieuw worden gedaan vanwege onenigheid met Kampen over de loop van de grenzen op de oostelijke IJsseloever. Een grensverloop dat door de aanwas en afslag van de rivier natuurlijk regelmatig wijzigde. Op genoemde datum verzamelt zich een groot gezelschap in het raadhuis van IJsselmuiden. Het zijn burgemeester Tichler van IJsselmuiden, gemeenteraadslid Huijer, landmeter De Geus, de aanwijzers Hogeboom en Kamphoff en de belastingambtenaar Van Bommel.  Ook de burgemeesters van de aangrenzende gemeenten Zwollerkerspel, Wilsum, Kampen en Grafhorst zijn aanwezig met hun aanwijzers.

Aanwijzers zijn informanten, die met de situatie ter plaatse goed op de hoogte zijn. Men begint met de omgang langs de gemeentegrens bij de Lutterzijl, het meest noordelijke punt van het grondgebied van IJsselmuiden. Daarvandaan worden dan met de klok mee de grenzen gemarkeerd “geduriglijk aan onze regterhand houdende het grondgebied van Ijsselmuiden en aan onze linkerhand achterenvolgens dat van Zwollerkarspel, Wilsum, Kampen en Grafhorst”. Het verloop van de grens legt men vast in het proces-verbaal van grensbepaling. Dit document is opgenomen in de atlas. Het is een aardig project om na te gaan of deze oude grensmarkeringen ook nu nog in het veld terug te vinden zijn.

Na grensvaststelling verdeelt de landmeter samen met burgemeester de gemeente in secties. In het geval van IJsselmuiden 5 stuks: Sectie A De Buitenlanden, B De Kerk, C Oosterhoud, D De Koekoek en Middelblok en E Mastenbroek. De benaming sluit aan bij oude gebiedsindelingen en gangbare buurt- en veldnamen. Meetkundig worden de secties weergegeven op een overzichtskaart, de zogeheten verzamelkaart. 

Vervolgens meet en nummert de landmeter alle percelen en registreert hij met behulp van aanwijzers eigendom, oppervlakte en grondgebruik. De informatie wordt uiteindelijk vastgelegd op kadastrale kaarten, de “minuutplans” en in registers, de “Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels”.

In 1817-1818 wordt de kadastrering in het kanton Kampen hervat met controle van de Franse metingen. In maart 1822 liggen de kaarten en registers gedurende één maand voor eigenaars en pachters ter inzage in de gemeentehuizen. Wie gedacht had dat de kadastrering, 10 jaar eerder begonnen, nu eindelijk kon worden afgesloten, kwam bedrogen uit. Het kanton Kampen moet wachten op de trage voortgang elders.

Echter, na verloop van tijd wisselen percelen van eigenaar en veranderen grenzen en grondgebruik. De gegevens verouderen. In het kanton Kampen laat ook de watersnood van februari 1825 zijn sporen in het landschap na. Het watergeweld veegt hele stukken land van de kaart en door de daarop volgende reconstructie van dijken veranderen perceelsgrenzen ingrijpend.

In 1829 besluit Den Haag daarom tot actualisering van de gegevens in alle  gemeenten die tussen 1816 en 1825 zijn gekadastreerd. Voor de derde keer moeten in het kanton Kampen de landmeters aan de slag. Voor de overheid is de belastingopbrengst natuurlijk het meest interessant. De gouverneur kan de belastingtarieven pas vaststellen na inspraak van de grondeigenaren. Dat gebeurt in de kantonnale vergadering in mei 1832 in het raadhuis van Kampen. In juli  stelt de Gouverneur de belastingtarieven daarop definitief vast, waarmee eindelijk na 20 jaar de kadastrering van Kampen en omgeving wordt afgesloten. Op 1 oktober 1832 gaat het kadaster in heel Nederland officieel van start.

Ter onderbouwing van de belastingtarieven rapporteren de kadasterambtenaren ook over de algehele economische toestand van de streek. Dat biedt een aardige karakteristiek. Kadasterambtenaar Daendels beschrijft in 1812 Schokland als volgt:

"Het eiland meet 187 ha, waarvan 62 ha buitendijks. Er wonen 613 mensen in drie buurschappen, die minder dan een meter boven normaal zeeniveau uitsteken. De Schokkers bewonen houten huizen met rieten daken. Bij hoog water moet de bevolking naar de zolders vluchten. De zeewering bestaat aan de westkant uit een dijk, aan de oostkust uit een palenrij. Er is nauwelijks vegetatie; slecht enkele bomen. Verder is er alleen drassig weilandt, dat regelmatig overstroomt. Er grazen enkele armzalige hoornbeesten, die steeds bijgevoerd moeten worden en die op het buitendijkse land tot hun buik door het slijk waden. De Schokkers vinden een armoedig bestaan in de visserij en moeten alle andere levensmiddelen, zelfs vers water, van het vasteland halen.

Op het vasteland wordt het kanton gestructureerd door de rivierdelta van de IJssel en door het Zwartewater. Het Kampereiland bestaat nog daadwerkelijk uit 5 vijf eilanden. Naast een verbindingsweg is de IJssel ook een barrière voor het landverkeer.

Afgezien van de IJsselbrug bij Kampen is men voor het oversteken van de rivier aangewezen op de veren bij Wilsum en Zalk. De belangrijkste interlokale landverbinding is de weg van Kampen naar Zwolle over de rechter IJsseloever. Over de linkeroever lopen wegen westwaarts naar Wezep en Elburg, de latere Zuiderzeestraatweg. Dijken en kaden, in het bijzonder de Kamperzeedijk, fungeren binnen het gebied als belangrijke verbindingswegen.

Bebouwing treffen we vooral aan op de oude oeverwallen en  zandige hoogten langs de IJssel en de oude vertakkingen in de delta. In de polders staan veel boerderijen op terpen.
Het kanton is aan het begin van de 19e eeuw vrijwel geheel ontgonnen. Het enige grote, nog woeste gebied is De Koekoek, een in de 18e eeuw uitgeveende moeras- en watervlakte.  In dit natte en drassige rivieren- en polderlandschap is 80 – 90 % van de oppervlakte in gebruik als hooi- en weiland. Vooral de buitendijkse hooi- en weilanden zijn van goede kwaliteit, aangezien ze regelmatig door het zee- of rivierwater met vruchtbaar slib worden overspoeld. Het hooi was door zijn hoge kwaliteit tot in de verre omtrek zeer gewild.

Op het beperkte areaal hoger gelegen akkerland worden tarwe, rogge, boekweit, haver, garst, aardappelen en moesgroenten verbouwd. Echter in ontoereikende hoeveelheid om bevolking en vee te voeden. Fruitteelt is zeer beperkt. Geboomte is schaars en alleen in het Zalker bos in groter areaal te vinden.

Kenmerkend is het grootgrondbezit van de stad Kampen en ook van de kleinere plaatsen, gekoppeld aan de erfelijke pacht- en weiderechten van bepaalde groepen burgers. De sporen hiervan zijn duidelijk in het kadaster terug te vinden.

De agrarische sector, met name de veeteelt, is de belangrijkste economische activiteit. Daarmee samen hangen vanouds de handel in boter, hooi en vee.

Ook de nijverheid speelt een rol van betekenis, met name in de stad Kampen. Kadasterambtenaar Gallé beschrijft dit als volgt, ik citeer: “ Men vind hier ook eenige fabryken en trafyken, welke vrij algemeen met voordeel worden gedreven als wind-, houtzaag-, koorn-, olie-, pel- en runmolens, wollen deken-, duffel- en trijpfabrieken, eene bierbrouwerij en jeneverbranderij, eene potten- en pijpenbakkerij, steen- en kalkbranderijen, leerlooyerijen, lijnbanen, scheepstimmerwerven, paardevolmolen en grutterijen.

Het gebied produceert veel riet en biezen, waarvan in huisnijverheid manden en  matten worden geproduceerd. Daarnaast vinden sommigen een bestaan in de visserij, de scheepvaart en in de woorden van Gallé: “het werken aan de dijken, waarmede dit kanton veelal omringd of doorsneden is”

Kosten

Landschap en woonomgeving kunnen ‘gelezen’ worden als een boek waarin het doen en laten van voorgaande generaties is vastgelegd. Deze kadastrale atlas wil daarbij behulpzaam zijn. De uitgave bestaat uit een gedrukte kaartenmap met circa 80 kaarten op A3 formaat van de hierboven genoemde gemeenten en een cd-rom met gegevens over alle op de kaarten voorkomende percelen en hun eigenaren.

De atlas kost  € 30,-- en is in de winkel van het HCO en via de website te bestellen.



terug naar nieuwsoverzicht
laatst gewijzigd op: 20 dec. 2007
 Terug naar boven
  (C) 2006-2011 Historisch Centrum Overijssel Sitemap | Disclaimer