print deze pagina

pijlStaande ovatie voor Anna Zeepsop, carnaval bij het HCO


De 120 bezoekers moesten zondagmiddag 3 februari even geduld hebben in het Historisch Centrum Overijssel, maar toen was ze daar dan eindelijk: de legendarische Anna Zeepsop, in de jaren zeventig en tachtig werkster ten Stadhuize te Sassendonk.

Anna ZeepsopAnna liet haar publiek even wachten op haar ‘buut’ waarin Zwolle en de Zwollenaren in onvervalst dialect op de hak werden genomen. Ze had per mobieltje laten weten, dat ze eerst nog enig schoonmaakwerk had te verrichten. Gelukkig was haar goede vriend Prins Kloris I, ‘Prins bij de gratie van de dwaasheid. Graaf van Achter de Broeren en het Eiland. Officier in de orde van slap gewauwel. Ridder van de Blauwvinger. Beschermheer van alles wat los en vast zit’, bereid gevonden de feestelijk uitgedoste carnavalsvierders in de volle zaal enige tijd bezig te houden. Hij vertelde over het begin van de Zwolse carnavalsviering, hoe het organisatorisch allemaal op gang was gekomen, de tegenstand die overwonnen moest worden, hoe Zwolle los kwam en diste daarbij ook nog menige anekdote op.

Terwijl Kloris I bezig was, diende Anna zich aan. Omdat zij zich nog gereed moest maken voor haar optreden, werd de bezoekers eerst nog een korte pauze gegund. Anna’s intocht was al een gebeurtenis op zich. Met kwieke tred en luid toegejuicht door de feestelijke zaal stevende zij richting microfoon en stak terstond van wal. Allereerst deed ze een bekentenis: ze moest soms ‘zwietn zönder te waerk’n’ en dan kreeg ze n ‘een kop zo rood as ’n stoplicht. Ut verkeer ölt gewoon stille.’ Maar Anna zelf hield zich niet stil en het publiek, jong en oud, hing aan haar lippen. Op onnavolgbare wijze besprak zij de achtereenvolgende burgemeesters, de (ver)wording van de Zwolse binnenstad, de hangjongeren in Zwolle-Zuid (‘aan de waslijn’), de financiële problemen bij de Isala-klinieken (opgelost nadat Sint daar was ingehaald), de vreugdedans vanwege de Zweeds godin Ikea en nog veel meer.

Flip Trooster, alias Kloris, alias Anna Zeepsop, 89 inmiddels, genoot van het succes en beloofde spontaan om volgend jaar, ‘bij leven en welzijn’, terug te komen. Een staande ovatie was ‘hun’ deel!

Over Anna Zeepsop

Eén van de bekendste personages in de carnavalswereld sinds het eind van de jaren zestig was Anna Zeepsop, niet te verwarren met haar ziekelijke zuster Mina. Haar “buuts” in onvervalst Zwols dialect, waarbij Zwolle en de Zwollenaren op de hak werden genomen, vormden tot het midden van de jaren tachtig iedere keer weer een hoogtepunt.

Anna draaide proef als werkster ter gelegenheid van de Zittingsavond in 1968  waar ook Heintje Davids optrad. Ze liep met een bezem en een plumeau door de zaal en stofte zelfs het houten been van één der aanwezigen af. ’t leek te kunnen in Zwolle. Anna werd, met graagte, geaccepteerd. De eerste jaren trad ze op tijdens het Prinsenbal en het Bejaardencarnaval, later beperkte ze zich tot optredens voor ouderen. In het begin had ze de functie van Juffrouw op een toilet (“kleinen 10 cent, groten 25”), daarna werd ze Werkster ten Stadhuize (waar ze de papiersnippers uit de vuilnisbakken haalde en weer aan elkaar plakte). Ten slotte werd ze ook nog Hostess van de gemeente Zwolle. In welk functie dan ook, Flip Trooster bereidde zijn optredens als Anna goed voor. Hij liet zich in zijn eerste serie buuts zelfs “overhoren” en verbeteren door Jaap Tulen.

Over Zwolle zei Anna:
“De stad wördt oe langer oe groter! Ie mutten oe
langer oe verder lopen veur da-j buten de stad bint.
Ie mutten oe langer oe meer betaelen a-j in de stad wilt en ie mut oe te bersten betaelen a-j wat van de stad wilt. ‘n Ukien grond um ‘n usien op te zetten kost een kapitaal. Wil d’r iene van die radicalen uut de raod, det de stad elemaole gien grond meer verköch…… Stel oe veur ie bint een eileuver en ebt amper iene poot um op te staon- aelen ze döör de grond ok nog onder weg!”

Over burgemeester Loopstra (1980-1990):
De burremeester is ok eel gewoon öör. Gien oge oed of zo, nee gewoon een pette. En dan niet met zo’n gek iesmutsenballegien d’r op, nee gewoon ‘n platte pette. Net as Jan weet ie wel!! Burremeester ef ook ‘n ond, onafskeidelijk, a-j die ond ziet, effen later de burremeester d’r achter an. Mu-j niet denken det die burremeester een ondebane ef, nee die ond ef een leven as ‘n burremeester!”

Over de veemarkt:
“Zwolle ef de grootste veemärkt van ’t land. Döör kommen de meeste koen.
Maer ‘t bezoek lup tegenwoordig wat terugge. Zol de VVV döör niet wat an kunnen doen? …… of een teevee geven,  kleuren teevee vöör de roodbonten en vöör de rest gewoon zwaert-wit!”
 
Hoewel het tijdgebonden karakter soms om enige toelichting vraagt, spreken de buuts toch nog grotendeels voor zich.



terug naar nieuwsoverzicht
laatst gewijzigd op:
 Terug naar boven
  (C) 2006-2011 Historisch Centrum Overijssel Sitemap | Disclaimer