Meestal geniet Willem Jan baron van Dedem, stichter van De Dedemsvaart, de meeste belangstelling. Er zijn echter meerdere hoofdpersonen in het lange verhaal van De Dedemsvaart. Neem nu hoofdopzichter Stephanus Josephus Hendricus Breukel..

Hoofingenieur en diverse ambtenaren
Nadat de Dedemsvaart op 18 september 1845 door de Provincie Overijssel was aangekocht, werd er een commissie ingesteld die het financieel en technisch beheer moest gaan regelen.
De technische leiding kwam in handen van de ‘Hoofdingenieur van den Waterstaat in het 4de District’ en daarnaast werden diverse ambtenaren benoemd.
Eén van hen was de uit Rotterdam afkomstige Stephanus Josephus Hendricus Breukel, die bij besluit van Gedeputeerde Staten op 18 december 1845 werd benoemd. Hij ontving voor zijn werkzaamheden
‘eene jaarlijksche belooning van f. 700, genot van vrije woning en tuin en van het bruggeld van de Balkbrug.’

De krasse grijsaard
Met ere wordt zijn naam gememoreerd in Teixiera de Mattos’ standaardwerk De Dedemsvaart:
‘Wij vermelden deze benoeming met opzet’, aldus de auteur in 1903, ‘om openlijk hulde te brengen aan de buitengewone verdiensten van deze ambtenaar, die met zeldzame trouw en plichtsbetrachting gedurende 50 jaar de hem opgedragen taak waarnam. Thans slijt de krasse grijsaard, die den 12 mei 1812 geboren werd, zijne laatste levensjaren in het huis, dat hij sedert zijne benoeming aan de Balkbrug bewoonde. Bij zijne pensioneering op 1 januari 1896 werd hem door de provincie vergund, dat huis gedurende zijne verdere jaren te blijven bewonen.
Als eene welverdiende waardeering der door hem bewezen diensten werd hem bij zijn 50jarig jubileum door H.M. de Koningin de gouden medaille van de Orde van Oranje-Nassau verleend.’

De westerling die een oosterling werd
Nog elf jaar en een week kon Breukel genieten van zijn oude dag en van zijn medaille. Op 8 januari 1907 overleed deze westerling die een oosterling werd.