Op 29 december 1947 werd de ‘Gemeenschap Zwolle’ van het Humanistisch Verbond opgericht. Staande de vergadering, in Hotel Peters aan de Grote Markt 11, meldden zich 22 leden aan. Het jaar tevoren was de landelijke vereniging van start gegaan.
Vlak na de Tweede Wereldoorlog heerste er in Nederland een geest van idealisme. Het land moest weer opgebouwd worden, niet alleen materieel maar ook geestelijk. Een aantal mensen, onder wie Jaap van Praag, Garmt Stuiveling en Jan Brandt Corstius, besloot een ‘Humanistisch Verbond’ op te richten.
In de eerste beginselverklaring werd het humanisme onder andere omschreven als een ‘levens- en wereldbeschouwing, die zich zonder uit te gaan van het bestaan van een persoonlijke godheid, baseert op de eerbied voor de mens als bijzonder deel van het kosmisch geheel.’ Vanaf het begin tot op de dag van vandaag was er in humanistische kring sprake van ‘eenheid in verscheidenheid’. Een motto dat vandaag de dag nog steeds relevant is.