Het Historisch Centrum Overijssel vertoont op dinsdagavond 8 januari 2008 vier historische documentaires met het thema 'water'. De documentaires zijn in 2007 gemaakt door RTV-Oost voor het programma “Typisch Overijssel”.
Het filmprogramma “Klotsend water, krakend ijs en gure wind” wordt elke woensdagmiddag in januari en februari 2008 van 13:30 tot 15:30 uur herhaald. De toegang is gratis.
Het verdwenen dorp Beulake
Aan het einde van de zestiende eeuw werd in het veengebied te noorden van Sint Jansklooster de kolonie Beulake gesticht. Door de grote vraag naar turf ontwikkelde zich een dorp met een kerk en een school. Maar Beulake raakte door diezelfde turfwinning in de problemen. De afgravingen hadden grote plassen gevormd, gescheiden door smalle dammen die steeds verder afkalfden. Het water rukte op en de bevolking trok noodgedwongen weg. Een zware storm verwoestte in 1776 de laatste huizen en turfschuren. Er zijn nog tastbare herinneringen te vinden aan Beulake, al moet je die vaak onder water zoeken.
Botkloppen
Op zaterdag 13 januari 1849 vertok Klaas Klaassen Bording samen met zijn twee oudste zonen uit het Noord-Hollandse Durgerdam om op de bevroren Zuiderzee te gaan botkloppen. Bij deze vistechniek worden grote wakken in het ijs geslagen. De visvangst werd rijkelijk beloond, wat de mannen ertoe dreef om ’s avonds door te werken. Rond een uur of 1 merkten ze dat hun net over de bodem sleepte. De ijsvlakte was losgeraakt en dreef stuurloos rond. Door wind en zeestroming werden ze door de Zuiderzee gedreven. Pas na 14 dagen werden ze bij Vollenhove opgemerkt en gered. Na enige tijd stierven toch nog de oudste zoon en de vader. De gebeurtenis maakte diepe indruk op de bevolking.
Emigratie naar Amerika
Vanaf het midden van de negentiende eeuw emigreerden tienduizenden Overijsselaars naar Amerika. Armoede was een belangrijke drijfveer voor vertrek maar ook het geloof speelde nogal eens een rol. Groepen die zich hadden afgescheiden van de Nederlands Hervormde Kerk stichtten orthodoxe gemeenschappen in het middenwesten van Amerika. Die oefenden weer grote aantrekkingskracht uit op de achtergebleven relaties.
IJssellinie
Om een tegenwicht te bieden aan het militaire overwicht van de Sovjet Unie werd rond 1950 de IJssellinie aangelegd. Bij een aanval moesten stuwen bij Nijmegen, Arnhem en Olst het Rijnwater tegenhouden en een brede stook land onder water zetten.
Drijvende stuwen konden n korte tijd op hun plaats gebracht worden op de geasfalteerde rivierbodem. Alle werkzaamheden aan de IJssellinie gebeurden onder strikte geheimhouding. Toch bleken de Russische generaals achteraf beter op de hoogte te zijn geweest dan de lokale bevolking. Begin jaren zestig werd de verdedigingslinie opgeheven. Enkele verdedigingswerken zijn tot op de dag van vandaag te bezichtigen, waaronder de hospitaal- en commandobunker in Olst.