Het eerste vrouwenklooster van de Moderne Devotie komt in 1400 in Diepenveen tot stand, op initiatief van een aantal vrome zusters uit Deventer. De leiding berust bij de bevlogen priester Johannes Brinckerink.
Het klooster verrijst in een ruige en drassige uithoek, ver weg van alle wereldse verleidingen. Aan deze ligging in het ‘diepe veen’ zou de naam van het klooster zijn ontleend. In 1476 telt de stichting meer dan 170 bewoonsters, waarmee Diepenveen één van de grootste kloosters van ons land is. De instelling vergaart eeuwige roem dankzij de door Brinckerinck geschreven levensbeschrijvingen van een tiental voorbeeldige nonnen, die een indrukwekkend, soms beklemmend beeld geven van hun strenge streven naar nederigheid en boetedoening. Tegenwoordig rest van het kloostercomplex alleen de kapel, die dienst doet als hervormde kerk.