|
Zijn meest beroemde doelpunt maakte Beb Bakhuijs op 11 maart 1934 in een wedstrijd tegen België. Een lage bal van rechts kopte de toenmalige midvoor van het Nederlands elftal met een fabuleuze snoekduik vallend het vijandelijke doel in. Nederland won met 9-3, maar de wedstrijd ging de geschiedenis in vanwege de ‘Bakhuijsgoal’.
Machtige poeiers
Als negentienjarige meldde de op Java geboren Bakhuijs, in de wandeling Bep of Beb genoemd, zich in 1922 als lid van eersteklasser ZAC. Hij bracht de aanvankelijk in degradatienood verkerende Zwolse club in 1927 met zijn ‘machtige poeiers’ weer naar de top van het oostelijk voetbal.
Na zijn tussentijds vertrek duikelde de club prompt weer naar beneden, maar dankzij de rentree van Bakhuijs volgde in 1934 een snelle promotie. In de beslissende wedstrijd tegen NEC (8-3) scoorde hij zeven keer. Zelf beschouwde hij die wedstrijd als een hoogtepunt in zijn carrière. Met zijn geliefde club uit Zwolle bleef hij ook na zijn vertrek naar Frankrijk contact onderhouden.
Nederlands elftal
Zes jaar eerder had hij als speler van ZAC zijn debuut gemaakt in het Nederlands elftal, tijdens een wedstrijd tegen Italië. Tussen 1928 en 1939 scoorde hij in 23 wedstrijden 28 keer voor het Nederlands elftal, een gemiddelde van ruim 1.3 per wedstrijd, waaraan geen enkele latere speler nog kon tippen.
Bakhuijs, "1.81 meter lang, atletisch gebouwd, het donkere haar strak naar achteren gekamd, de scheiding in het midden en voorzien van een paar flinke flaporen" was in Nederland tijdens de jaren dertig een ware sportheld. Maatschappelijk gezien verging het hem minder. Hij gaf het geld even gemakkelijk uit als hij doelpunten scoorde en werken was niet zijn grootste hobby. In 1937 bood het Venlose VVV hem een sigarenzaak aan als hij er maar wilde tekenen. De KNVB schorste hem daarop prompt als lid, want betalingen aan voetballers waren in die tijd uit den boze.
Professioneel voetballer
Bakhuijs vertrok naar Frankrijk, waar kort tevoren het professionalisme was ingevoerd. Als ‘Bakwie’ maakte hij tot 1947 furore bij FC Metz. Ook na zijn terugkeer naar Nederland bleef de KNVB hem beschouwen als een soort gevallen vrouw. |