De adel en hun leven in Overijssel vóór 1795
|
De meeste mensen zijn niet 'van adel'. Dat was vroeger ook zo: behoorde je familie in de 17e eeuw tot de adelstand, dan nam je een uitzonderlijke positie in. Anderen vonden dat en de adellijken zélf ook.
|
|
De tentoonstelling 'Pietatet et Virtute' laat zien wat de adel tot ‘adel’ maakte: vijf aspecten van het adellijke leven in Overijssel worden over het voetlicht gebracht.
Hoe zagen de adellijken zichzelf? Wanneer is een huis een havezate? En hoe wilden zij herinnerd worden?
Leer de adel kennen de Geschiedenishal of begin alvast in de mini-tentoonstelling! |
 |
In de zeventiende eeuw was de adel zich bewust van hun ‘bijzonderheid’. Bewust en onbewust spiegelden zij zich aan het beeld dat de buitenwereld van hen als groep had. Zij verhieven dat tot een zelfbeeld: bewust gingen zij zich onderscheiden van anderen en schiepen zo hun eigen tradities, normen en waarden.
|
Hét voorbeeld met deze diepe wens om adellijk te leven en te denken komen we tegen in de persoon van Sweder Schele (1569-1639).
Van zijn vader Christoffel Schele erft hij het landgoed (de 'havezate') Weleveld bij Borne, in Twente. Ook zijn opleiding is erop gericht een echte edelman van hem te maken. Hij studeert in Duitsland, reist twee jaar door Italie en verblijft ook nog voor studie aan het keizerlijke hof in Wenen en Praag. Dan keert hij terug naar huis, in Twente. Zijn verhaal staat centraal in de tentoonstelling in de Geschiedenishal én online in de mini-tentoonstelling! |
 |
 |
We weten zoveel over Sweder Schele omdat hij vervolgens begon aan een kroniek over zijn huis en zijn familie: hij schreef een boek met daarin alle historische gebeurtenissen, tradities en overtuigingen die zijn familie uniek maakten. Toch gold zijn verhaal voor heel veel adellijke families. |