print deze pagina

pijlDe Dedemsvaart: van De Lichtmis naar Balkbrug

De Lichtmis. Schutsluis of verlaat. Een vaart van ongeveer 9600 meter lang, gemiddeld zes meter boven zeeniveau. Duikers zonder duikpak. Constant waterpeil. Bruggen. Balkbrug: ophaalbrug met sluis.


Sluistypes

Wie de kaart goed bekijkt, ziet dat in de Dedemsvaart verschillende typen sluizen waren gebouwd. De meest voorkomende was de schutsluis. Een schutsluis, ook wel verlaat, sas of zijl genoemd, is een sluis op zijn sluist. Een waar waterkunstwerk om schepen van het ene naar het andere peil over te brengen in een kanaal.

Kaart van de Dedemsvaart

Klik op de afbeeldingen voor een vergroting

In- en uitgesluisd

Schutsluizen bestaan nog steeds. Hoe werkt zo’n sluis? Als een schip nadert, worden de sluisdeuren opengezet. Het schip vaart de sluis binnen. Het waterniveau is even hoog als het stuk kanaal waar het schip vandaan is gekomen. De deuren gaan dicht. Technisch gesproken ligt het schip in een grote waterbak, aan weerszijden afgesloten met deuren. De tegenoverliggende deuren gaan open. Het schip vaart de sluis uit. Andersom gebeurt natuurlijk ook. De schipper die de sluis is binnengevaren, wacht tot het water is opgestuwd. Dan gaan de deuren open en vaart het schip de sluis uit.

Verschillende sluizen weergegeven in technische tekeningen.

 

Schutsluis nummer 3

Bij schutsluis nummer 3 werd een stroomduiker aangelegd. De combinatie van een sluis en een duiker was voor die tijd heel modern. Op die manier kreeg de Dedemsvaart een constanter waterpeil.

Tegenwoordig is het traject bij sluis 3 een gedempt deel van de vaart bij Den Hulst.

Schutsluis nummer 3, bij Den Hulst, met stroomduiker ('De Dedemsvaart'400).

Schutsluis nummer 3 bij den Hulst.

Met de stroom mee

Bij alle sluizen (in totaal acht) werden stroomduikers aangelegd. De belangrijkste sluis was de al eerder genoemde in Hasselt. Deze werd ook gebruikt voor de lozing van overtollig water op het Zwarte Water. Door de sluizen of zijlen en stroomduikers was het waterpeil redelijk stabiel. Rond 1900 was de Dedemsvaart een moderne waterweg, voor de kleine scheepvaart een geliefde vaarroute.

Oude foto van schutsluis nummer 3 met stroomduiker, bij Den Hulst.

Schutsluis nummer 3 bij den Hulst.

 

Dubbel doel

Sommige delen van het kanaal vormden een buffer bij te weinig of teveel water in andere stukken. Zo ving dat van Den Hulst - De Lichtmis het overtollige water op vanaf Balkbrug.

Schutsluis nummer 4 tussen Den Hulst en Balkbrug.

De sluizen in de Dedemsvaart hadden twee hoofddoelen. Het eerste en belangrijkste doel was om het kanaal niet droog te laten vallen. Ten tweede vingen de sluizen het water op bij overstromingen van aanliggende gebieden.

Schutsluis nummer 4, bij Huizingerveld.

 

Houten funderingen 

De bruggen die over de Dedemsvaart zijn aangelegd, waren stuk voor stuk erg bijzonder. Allereerst werden ze opgetrokken uit steen en ijzer, terwijl alles rustte op houten funderingen. 

Foto uit 1903 van Balkbrug met brug en brugwachter.

Balkbrug met brugwachter op de brug.

IJzer voor oud hout

Aanvankelijk werden houten bruggen gebouwd. Die werden later allemaal vervangen door ijzeren. Bruggen voor het zware verkeer, zoals stoomtrams kregen een steviger constructie.

 

Brug over de Dedemsvaart

Draaibrug over het Ommerkanaal, even voorbij Balkbrug.

De ingenieurs van Baron van Dedem onderscheidden drie soorten bruggen: voor tramverkeer, voor gewoon verkeer en alleen voor voetgangers. Veel particulieren legden een eigen brug aan. Omdat voetgangersbruggen in verschillende tijden werden gebouwd, waren ze allemaal verschillend.

Een ingenieus systeem van kruisingen met de sluis, de vaart en de Staatsspoorweg.

Sommige voetgangersbruggen stelden niet veel voor. Een paar planken over een sloot. Meer was het niet.

laatst gewijzigd op:
 Terug naar boven
  (C) 2006-2011 Historisch Centrum Overijssel Sitemap | Disclaimer