|
Van Dedem zelf maakte dat allemaal niet meer mee. De baron overleed, moe en der dagen zat, in 1851. Zijn levenswerk werd echter voortgezet.
De verbinding met de Vecht bij Ane kwam uiteindelijk in 1854 tot stand. De totale lengte van de vaart bedroeg toen veertig kilometer, verdeeld over acht zogeheten ‘panden’. |
 |


De Lutterhoofwijk kreeg ook een aansluiting. In 1867 kwam de verbinding met het grachtenstelsel rondom Coevorden tot stand. Via dit stelsel en het Coevorden-Vechtkanaal bestond ook weer een verbinding met de Vecht.
|
In de jaren 1865-1867 werd het Ommerkanaal gegraven. Zo ontstond een nieuwe, rechtstreekse, verbinding met de Vecht. Het tien kilometer lange kanaal was oorspronkelijk alleen bedoeld voor de afwatering.
Op aandringen van de Gemeente Ommen, werd het echter ook bevaarbaar gemaakt. Behalve deze zijkanalen werden ook hoofdwijken gegraven, met weer verdere vertakkingen. |

|
Het landschap veranderde dus sterk van aanzien. Het afgraven van het hoogveen leidde evenwel tot problemen bij de afwatering. Daarvoor waren verschillende redenen.
| De sponswerking van het veen ging verloren. Regelmatig trad er kwel op, water dat met kracht uit de bodem naar boven kwam. En de wallen rond de vaart en de wijken konden het water niet altijd aan. Er moest iets gebeuren! |
 |

Daarom ook, werden in het gebied vele kleine waterschapjes opgericht. De eerste verschenen in het laatste kwart van de negentiende eeuw.