|
Baron van Dedem had altijd geldgebrek. Zijn ingenieurs bedachten daarom een efficiënt systeem om geld uit te sparen. Bij andere ontginningskanalen werden de afwateringswijken rechtstreeks op het hoofdkanaal aangelegd. Over iedere wijk moest dus een brug gebouwd worden voor de doorgaande weg langs het kanaal. Van Dedem pakte dat anders aan. |
|

De Lutterhoofdwijk sloot aan op de Dedemsvaart. Andere wijken werden daarop aangelegd (en niet op de Dedemsvaart). Op deze wijken waren weer kleinere afwateringskanalen aangesloten. Het is duidelijk dat over deze smallere sloten goedkopere houten bruggen gebouwd werden. Het doorgaande verkeer ging alleen langs de vaart.
|
Er was nog een reden om weinig wijken te graven: overstromingen. Het buurschap Anerveen had last van overtollig water. Om dit probleem op te lossen wilden de omwonenden vier wijken graven. Daar kregen ze geen vergunning voor, want de provincie was bang voor een dijkdoorbraak door teveel water. |
|

Na wat gesteggel tussen de Provinciale Staten en de omwonenden kwam het tot een mooi compromis. In 1890 werd er bij Lutterkerkdijk een keersluis aangelegd.

|
Vroeger keen men anders tegen de natuur aan. De bestuurders van de provincie hadden het over het bestrijden van het kwaad. Hier waren geel legers in het spel, maar het ging om het beteugelen van de natuur. |
foto oude_kaart atlas |
Het probleemgebied was Drenthe. Vanuit dit gebied stroomde water richting Overijssel. Drenthe lag hoger. Daarbij kwam dat ze ook daar actief bezig waren met het afgraven van turf. Het gevolg was veel wateroverlast voor het gebied rond de Dedemsvaart.
| Het kanaal kon de grote hoeveelheden water uit het Drentse veen niet aan. Daarom werd bij de Lutterhoofdwijk tussen Drenthe en Overijssel een keersluis aangelegd. Ergens in deze buurt ligt ook de 'de Ongelukkige Wijk' richting Drenthe. Waar zou deze veelzeggende naam vandaan komen? |
|
Keersluis betekent letterlijk een sluis die het water keert. Bij Lutterkerkdijk ging het om het keren van hoog water in de Lutterhoofdwijk. Hoog water werd gecontroleerd. Om de waterdruk te verminderen tilden ze in de keersluis een luikje open: de spuisluis.

|
De houten keersluis bij de Lutterkerkdijk betekende voor Hardenberg pech. In 1876, 1880 en 1881 hadden de inwoners last van overstromingen. De rijke bewoners kregen ook natte voeten. Maatregelen waren nodig. |
|

Pas toen de sluis in Lutterkerkdijk in 1899 vervangen werd door een moderne, met ijzeren deuren, voorzien van hippe stroomduiker, bleef het droog in Hardenberg.